Duurzame Troonrede voor Duurzame Dinsdag 2019

Een economie die gezond is én de natuur heel laat, dat zou nog eens een mooi exportproduct voor Nederland zijn, betoogt onze voorzitter Louise Vet. Afgelopen dinsdag sprak ze de jaarlijkse Duurzame Troonrede uit. Hieronder vindt u de volledige tekst.

 

 

Soortgenoten,

Ja u…, behorende tot Homo sapiens: een van de meest innovatieve maar ook invasieve
soorten die deze planeet ooit heeft gekend. Het is tijd voor stevige zelfreflectie, en dan
aanpakken! De tijden zijn erg aan het veranderen: ecologisch, economisch, politiek. Ik hoop,
met u, iedereen op een positieve manier ervan te overtuigen dat we daar beter actief aan
mee kunnen doen. Transities zijn verontrustend en spannend tegelijk. Verandering is voor
velen beangstigend, maar het biedt ook onverwachte kansen. Laten wij die pakken.

 

Wie de enorme diversiteit van het leven op deze planeet bestudeert, weet dat alles met
elkaar samenhangt. Biodiversiteit is meer dan variatie in soorten: het is de diversiteit in
vorm en functie, en van gen tot landschap. Ecologen onderzoeken hoe die diversiteit
ontstaat, hoe organismen interacteren en evolueren, wat hun functie is binnen het
ecosysteem, hoe ze zich aanpassen aan een constant veranderende omgeving en hoe het
hele systeem wijzigt in ruimte en tijd. Ecologie is geen eenvoudig vakgebied. Niets is zo
ingewikkeld als een steeds veranderend complex systeem van levende organismen in
interactie met hun omgeving. Een ecosysteem waar wij als mens onderdeel én dus ook
afhankelijk van zijn. Inmiddels lijken wij dat meer en meer omgekeerd te zien, met onszelf
uiterst dominant en destructief in de driver’s seat… De feiten liegen er niet om. Het verlies
aan biodiversiteit is stuitend, zie de keiharde cijfers in het recente IPBES-rapport. Daarin
staan ook de alarmerende feiten over vergaande landdegradatie. En het recente IPCCrapport
wijst streng op duurzaam landgebruik met behoud van levende, biodiverse bodems
als cruciaal voor voedselproductie en klimaatmitigatie. Tegelijkertijd zijn er al die
aangestoken bosbranden in de Amazone. Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen?

 

Terwijl het Familiebedrijf Natuur met haar 3,8 miljard jaar R&D prima draaide zonder ons,
heeft Homo sapiens als eigenwijze nieuweling een eigen BV opgericht. En is daarmee een
economische koers gaan varen die behoorlijk vloekt met de normen en waarden van de
familie. Oude familietradities zoals kringlopen sluiten, zonne-energie gebruiken, zorgen voor
genoeg diversiteit, samenwerken, langetermijnstrategieën volgen, verantwoord omgaan
met schaarste en ga maar door, worden door de BV Homo sapiens met voeten getreden. Zo
stort hij in zijn lineaire economie grondstoffen na gebruik niet meer terug bij het
familiekapitaal, maar vernietigt ze. Want dat staat in de boeken als ‘winstgevend’. Wat
nodig is voor de bedrijfsprocessen komt ‘gratis’ van de familie en de kosten van rommel en
schade legt Homo sapiens ook gewoon bij de familie neer. True pricing? Ho maar. Private
winsten, publieke kosten. Bedrijfswinsten zijn booming, the sky is the limit, er is slechts
kortetermijnvisie met dikke bonussen voor de top als beloning. De Homo sapiens BV
parasiteert fors op het familiekapitaal in plaats van zich te beperken tot de rente. Oftewel
ponzifraude: How to turn Old Capital into No Capital. Bernie Madoff kreeg er levenslang
voor.

 

Waren er dan geen signalen die tot het Familiebedrijf doordrongen? Jazeker. Was de familie
in den beginne nog wel tolerant, op een gegeven moment ging het wel erg pijn doen en
liepen verschillende takken van de familie schade op. Het familiebedrijf nam maatregelen
en zette voor het eerst de echte oerkrachten aan het werk. De kracht van de negatieve
feedback! Vanaf nu werd het de BV H. sapiens heel moeilijk gemaakt. Hij moest voortaan
zijn eigen rommel opruimen en kapotte zaken repareren. Wow, dat kostte nogal wat! En
veel kon hij helemaal niet zelf, daar was zijn bedrijf gewoon niet geschikt voor. Die expertise
lag alleen maar bij de familieleden, maar ja, die vertikten het. Dus werd het een
problematische bende. Zijn productiekosten werden hoger, de grondstoffen werden
onbereikbaarder, de omzet werd minder. Er bleek bovendien een groot verschil te zitten
tussen de grootverdieners in het bedrijf die zichzelf bleven verrijken en het overige
personeel, de massa. Protesten werden luider: sociale onrust. Op sommige plaatsen
ontstonden zelfs oorlogen, een grote stroom van vluchtelingen kwam op gang. Heilige
huisjes stortten in… De crisis was alom.

 

Een parabel… maar afgelopen 29 juli was het Earth Overshoot Day, de dag waarop we
wereldwijd alle grondstoffen op aarde voor het hele jaar er al doorheen gejast hebben. Die
dag viel voor Nederland zelfs al op 4 mei. Je kunt van alles vinden van de berekeningen,
maar het signaal is er niet minder duidelijk door. Onze economie is een destructieve slokop.

 

En inderdaad, we horen en zien dagelijks de gevolgen van deze verkeerde economie. En
omdat alles met elkaar samenhangt, net als in een natuurlijk systeem, zijn die gevolgen niet
alleen ecologisch maar ook sociaal en politiek. Naast groeiende onvrede over het
biodiversiteitsverlies: “Landschapspijn”, “waar zijn de insecten gebleven?”, “wie hoort er
nog een grutto?” “Waarom kappen we die bossen?” zien we ook maatschappelijke onvrede
over heel andere aspecten van onze slokop-economie: de toenemende
vermogensongelijkheid, de politieke invloed van het grote geld, de grote bedrijven en hun
belastingontwijking, de doorgeslagen globalisering en marktwerking. De samenleving lijkt
haar vertrouwen in het neoliberale economische systeem van de laatste dertig jaar te zijn
verloren. Overheden worstelen met hun regierol, politiek verwordt tot one-issue partijen.
Iedereen vecht voor zijn eigen belang, rechters worden ingeschakeld om het milieu te
beschermen. Juridisering, wantrouwen en fake news floreren. Vindt iemand het nog leuk?

 

Tot op zekere hoogte… ik wel! Het is immers een spannende tijd die riekt naar transitie en
daar ben ik – als rasoptimist en langetermijndenker – wel van. Twee jonge Chinese
onderzoekers schreven voor mij eens het woord crisis in hun eigen taal: met twee karakters.
Het ene staat voor gevaar, het andere voor mogelijkheden. Want een crisis creëert altijd
kansen: er ontstaat ruimte voor vernieuwing en innovatie.. Willen we namelijk met negen,
misschien wel tien, miljard mensen deze ene planeet kunnen bevolken dan zal onze H.
sapiens-economie feilloos moeten passen in die van het familiebedrijf Natuur. Dan moet er
gewerkt worden mét die natuur in plaats van ertegen. Kennis vergaren over die natuurlijke
economie is daarvoor onontbeerlijk.

 

Eigenlijk iedereen heeft zulke kennis nodig. Het begint steeds duidelijker te worden dát – en
ook hoe – veel belangrijke maatschappelijke en door de mens zélf veroorzaakte problemen
met elkaar samenhangen: milieuvervuiling, energiecrisis, klimaatverandering, watergebrek,
grondstoffenschaarste, overbevolking en verlies aan biodiversiteit & goed functionerende
ecosystemen. De oplossingen zullen dus ook moeten komen uit een integrale benadering,
want in een samenhangend systeem zal draaien aan de ene knop onvermijdelijk leiden tot
effect elders.

 

Een integrale benadering is al een supergrote opdracht waar menigeen voor terugdeinst.
Maar wat er eigenlijk nodig is, gaat nog verder… Dat is een echte systeemverandering. Dan
hebben we het niet meer over draaien aan knoppen maar over een nieuw ontwerp, het
herschrijven van de blauwdruk. Ai! Hoe moet dat dan? En is er wel een breed genoeg
gedragen gevoel van urgentie? Of wachten we gewoon tot de wal het schip keert? Dat
laatste lijkt mij geen aantrekkelijke strategie, maar misschien is het de enige weg. Dat het
huidige economische systeem met al haar negatieve effecten zichzelf om zeep helpt. En wat
blijkt nu, dat is niet eens zo’n rare voorspelling!

 

Ecologen zoals C.S. Holling en Marten Scheffer laten interessante parallellen zien tussen de
dynamiek van ecologische, sociale en economische systemen. In alle systemen is er sprake
van herhaalde cycli die bestaan uit een langzame, vrij voorspelbare voorwaartse fase en een
onvoorspelbare en snelle neergaande fase. Innovaties kunnen zich al opbouwen tijdens de
voorwaartse fase, maar worden dan nog onderdrukt door de dominante gevestigde orde.
Na de crisis kunnen ze tot volle bloei komen en begint de cyclus van opbouw en afbraak
opnieuw.

 

U kunt de parallellen waarschijnlijk zelf al invullen, als ik u een ecologisch voorbeeld geef.
Pioniersoorten vestigen zich ergens in een braakliggend nieuw gebied en via een langzaam
proces van zogenaamde successie – een verandering in de soortensamenstelling – leidt dit
tot een gevestigde levensgemeenschap met een beperkt aantal zeer efficiënte dominante
soorten. Maar door die dominantie verstart het systeem en verdwijnt de flexibiliteit. Het
systeem is kwetsbaar geworden. Een cruciale verstoring, zoals een fikse droogte, leidt tot
sterfte. Er vallen gaten in de gemeenschap, en dat schept mogelijkheden voor nieuwe
soorten.

 

Zo’n cyclus van opbouw en afbraak zien we ook bij paradigmaverschuivingen in de
wetenschap, de dynamiek van bedrijven in zich ontwikkelende markten en sociale crises in
de maatschappij. Economisch historicus Bas van Bavel past in zijn boek De Onzichtbare Hand
ook ecologische modellen toe. In een terugblik op de wereldgeschiedenis beschrijft hij de
fatale cycli van opkomst, bloei en verval van markteconomieën. En hoe dominantie van een
marktelite, die het overgrote deel van het vermogen in handen heeft, het verval van
binnenuit initieert: we zitten er volgens Van Bavel wederom middenin…

 

Het model van C.S. Holling, die ik net al noemde en die in augustus op hoge leeftijd
overleed, voorspelt dat vernieuwing altijd gepaard gaat met vallen en opstaan, met een
periode van chaos en wilde innovatie. Het probleem kan namelijk zo complex zijn dat een
oplossing niet onmiddellijk voorhanden is. In zulke woelige tijden krijgen individuen de
grootste kans om invloed uit te oefenen en de toekomst vorm te geven. Een voorbeeld was
Ghandi – maar helaas zijn er ook minder fraaie.

 

Help, wat staat ons nu te doen?
We kunnen natuurlijk wachten op de komst van een verlicht dictator, maar in Nederland zijn
we daar natuurlijk niet zo van. Nee, wij zijn toch meer van het zoeken naar consensus. Maar
zet dat wel zoden aan de dijk? Nou, die zoden werden in de late Middeleeuwen door
samenwerking letterlijk, en succesvol, aan de dijk gezet. In de strijd tegen het water
organiseerden mensen zich bottom-up en zo ontstonden in de 13e eeuw de waterschappen,
de oudste democratisch gekozen bestuursorganen van Nederland. Het beroemde Hollandse
polderen was geboren. Wel met de nodige bestuurlijke chaos maar het hield ons aller
voeten droog, niet alleen die van een elite.

 

Breed samenwerken lijkt dus een oer-Hollandse uitvinding… Misschien moeten we die, bij
gebrek aan beter, blijven koesteren. Maar dan vanaf nu wel anders, stel ik voor. Namelijk
met een heldere stip aan de horizon. Die stip is volgens mij nu duidelijk en bovendien goed
wetenschappelijk onderbouwd: het enige toekomstbestendige doel is een volhoudbare
economie die niet parasiteert op het Familiebedrijf Natuur maar die juist meewerkt aan het
behoud en herstel ervan. Maar hoe doen we dat? Ik geef u drie concrete aanwijzingen:

 

Ten eerste: Haal inspiratie uit de natuur.
Laat u inspireren door de wijze lessen van het Familiebedrijf, gebruikmakend van een rijke
R&D-databank met 3,8 miljard jaar aan ervaring. Omhels innovaties die uitgaan van dezelfde
blueprint. Zoals het sluiten van kringlopen, waarbij afval geëlimineerd wordt en waardevolle
grondstoffen behouden blijven. In de natuur bestaat er immers geen afval, iets is iteindelijk
altijd voedsel voor iets anders.

 

Circulariteit is zo’n volop bewezen ecologisch concept waarop onze huidige ambitie van een
circulaire economie is gebaseerd. Het is toepasbaar bij alle grondstofgebruikende sectoren,
van consumentengoederen tot stedenbouw en landbouw. Wereldwijd is er echter nog een
heel lange weg te gaan. Want slechts 9% van onze wereldeconomie is circulair! Slechts 9%
van de 92,8 miljard ton aan mineralen, fossiele brandstoffen, metalen en biomassa die onze
economie binnenkomt wordt jaarlijks hergebruikt. Dat blijkt uit het tweede Circularity Gap
Report dat de Nederlandse organisatie Circle Economy in januari presenteerde op het World
Economic Forum in Davos.

 

Ook voor onze noodzakelijke energietransitie kijk ik naar het Familiebedrijf. De zon is daar
de belangrijkste energiebron. In een uur tijd ontvangt de aarde meer zonne-energie dan we
wereldwijd in een jaar gebruiken. Gebruik het licht, de warmte overal; maak solar fuels.
Innovatiemogelijkheden te over, want hier is the sky echt de limit. Daar hadden we veel
eerder op kunnen inzetten, in plaats van miljarden publiek geld te verspillen aan perverse
subsidies voor het verbranden van waardevolle biomassa – waar juist véél CO2 bij vrijkomt.
Laten we die biomassacentrales dus gewoon sluiten en het subsidiegeld gebruiken voor alle
innovaties die energie van de zon als uitgangspunt hebben. Solar Power to the People, zoals
zo mooi beschreven staat in het boekje van Ad van Wijk en coauteurs.

 

De belangrijkste les van de natuur is waarschijnlijk het belang van diversiteit. Diversiteit is
de absolute basis van het leven. Waarom? Het maakt aanpassing aan nieuwe situaties en
risicospreiding mogelijk. Verandert de omgeving, dan zorgt diversiteit ervoor dat er altijd
wel een winnaar opstaat. Monoculturen zijn een tafeltje-dek-je voor ziekten en plagen.
Biodiversiteit – en de daarmee samenhangende veelheid aan kleine onderlinge interacties –
maakt systemen veerkrachtig, zodat ze tegen een stootje kunnen. Hoe anders is onze
economie, die gebaseerd is op een kortetermijnvisie en ver doorgevoerde eenheidsworst
ten behoeve van efficiency. De toekomst is aan diverse – en dus flexibele – systemen die
zich kunnen aanpassen. Economische maar ook sociale verscheidenheid is, parallel aan de
ecologische, een voorwaarde voor de evolutie van bruikbare innovaties, structurele
veranderingen en de overgang naar een duurzame samenleving.

 

Ten tweede: Werk samen.
Bouw originele coalities. Creëer draagvlak voor het werken mét de natuur in plaats van
ertegen, om zo het natuurlijke kapitaal weer te laten groeien. Omarm de, vaak
onvoorspelbare, bottom-up initiatieven van voorlopers die het anders willen en anders
doen. Dat is cruciaal voor elke transitie.

 

Zo werken we momenteel in breed maatschappelijk verband aan het herstel van
biodiversiteit in Nederland: op het boerenland, in de openbare ruimte en in
natuurgebieden. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Geïnitieerd door ecologen die het zat
waren alleen aan de zijlijn te staan roepen dat het fout gaat met de wereld. En die dus
boeren, natuurorganisaties, banken en bedrijven hebben uitgenodigd voor die gezamenlijke
weg naar een aantrekkelijk biodivers Nederland. Daar kunnen we duurzame
voedselproductie, florerende natuurgebieden en het gebruik van de openbare ruimte
succesvol combineren met biodiversiteitsherstel. Deze positieve visie dragen de Deltaplankwartiermakers
nu volop uit naar een veelzijdige mix van andere maatschappelijke
stakeholders, overheden en het algemene publiek. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel is
namelijk van iedereen. Het is de vaas waar duizend bloemen in kunnen bloeien. Het vormt
de ruggengraat en omarmt de al vele mooie lokale initiatieven in stad en land. Ik zie het als
polderen 2.0 of wellicht wel 3.0, waarbij we samen steeds zoeken naar synergie. Naar 1 + 1
= 3, in plaats van het oude denken dat iedereen wat moet inleveren. Het is een nieuw
sociaal contract met als centrale vraag: wat ga je zélf doen om grondgebruikers de
mogelijkheid te geven om biodiversiteit te herstellen? Bent u al aangesloten?

 

Het realiseren van nieuwe verdienmodellen is een van de succesfactoren van dit Deltaplan.
Geleverde prestaties van grondgebruikers, zoals boeren, om biodiversiteit te herstellen
dienen maatschappelijk en financieel te worden beloond. Dat kan door een creatieve
stapeling van beloning: door bijvoorbeeld een iets hogere prijs voor producten, een
verlaging van de rente op leningen, een lagere pachtprijs, vermindering van
waterschapsheffing, een biodiversiteitsfonds voor overschakeling naar een andere
bedrijfsvoering, een overgang van producten naar diensten en andere maatschappelijke
oplossingen. Bedenk eens hoeveel partijen daaraan kunnen bijdragen! U ook! Samen
creëren we het nieuwe normaal.

 

Ten derde: Denk in systemen!
Ga dus voor een integrale, samenhangende aanpak. Zo staat bijvoorbeeld
biodiversiteitsherstel niet op zichzelf, maar is het verbonden met maatschappelijke
uitdagingen zoals klimaatverandering, toekomstperspectief voor boeren en een
aantrekkelijk landelijk gebied. Maar ook de landschappelijke inpassing van de
energietransitie en het voldoen aan internationale verplichtingen op het gebied van natuur
en milieu: zoals die belangrijke kwaliteit van bodem, water en lucht.

 

Het ontstaan van de waterschappen heeft het al bewezen: een gebiedsgebonden aanpak is
cruciaal. Biodiversiteitsherstel kan niemand alleen. Verschillende vormen van grondgebruik
in landbouw, natuur én openbare ruimte beïnvloeden elkaar tenslotte. Daar kunnen we ook
juist gebruik van maken, door te zoeken naar synergie, naar wederzijdse positieve invloed.
Ik voorzie grondruil tussen grondbeherende partijen die zich verenigd hebben in
gebiedscoöperaties. Een soort ruilverkaveling, maar nu met als resultaat een optimale
inrichting van een gebied voor alle functies. Variatie in waterpeil is dan wel goed mogelijk:
hier agrarische productie met variatie in gewassen, verderop plas-dras voor natuur
enzovoorts.

 

Zo’n integrale benadering van complexe vraagstukken vraagt om verbinden, kijken over de
schutting, werken met andersdenkenden, begrip voor partners met andere belangen. En
niet te vergeten: de sociale aspecten. Is iedereen aan boord? Of is het een elitair spelletje?

 

Een integrale benadering van duurzaamheid is ook noodzakelijk in het toekomstgerichte
onderwijs, want in ieder beroep kun je je steentje bijdragen. Voor het landbouwonderwijs
bijvoorbeeld is dit overduidelijk: weg met die eenzijdige focus op monoculturen en
maximalisatie van productie. Op naar een integrale kennis over het functioneren van
ecosystemen, de waarde van biodiversiteit en hoe er optimaal kan worden samengewerkt
mét de natuur. Een mooie start is het verbinden van WO, HBO en MBO, zoals geschetst in
de Green Deal Natuurinclusieve Landbouw.

 

Voor iedereen, en in elke rol, is dus de boodschap:
1. Haal inspiratie uit de natuur
2. Werk samen
3. Denk in systemen

 

Een voorbeeld. De beweging rond positief biodiversiteitsherstel heeft inmiddels ook de
financiële sector bereikt, en verlicht. Hoogstnoodzakelijk, want we kennen allemaal de
power van dit machtsblok. Veel bedrijven zijn afhankelijk van biodiversiteit en goed
functionerende ecosystemen, en beleggers lopen dus risico’s als bedrijven hieraan geen
aandacht besteden. Nationaal en internationaal is hier toenemende aandacht voor. Het
Platform voor Duurzame Financiering heeft inmiddels een Werkgroep Biodiversiteit
opgericht, die bestaat uit banken, verzekeraars, vermogensbeheerders en pensioenfondsen.
Ook hier is het ambitieniveau hoog. Want deze werkgroep wil zich niet alleen richten op het
tegengaan van negatieve impact van bedrijven op biodiversiteit. Ook – of juist –op het
bijdragen aan positieve impact. Uiteraard is transparantie met betrouwbare, vergelijkbare
gegevens hiervoor cruciaal. Hoe meet je die positieve impact van bedrijven op de
biodiversiteit nu precies? Werk aan de winkel dus!

 

De financiële wereld kan nog veel meer doen. Het is bijvoorbeeld de hoogste tijd om
verschillende geldstromen aan elkaar te knopen. Biodiversiteitsherstel is een langdurig
proces dat eerst investeringen behoeft, voordat we een return on investment kunnen
verwachten. Durfkapitaal moet worden ingezet. Er is nu eenmaal geen innovatie zonder
risico. Pensioenfondsen durven dat nog niet. Ik stel voor dat de overheid die risico’s deels
gaat afdekken vanuit een nieuw Ministerie van Kwaliteit van de Leefomgeving. Dat zich
bovendien internationaal hard inzet voor wetgeving op het gebied van true pricing. Dus een
eerlijke boekhouding met inbegrip van de werkelijke maatschappelijke kosten: een flinke
aardverschuiving voor de huidige economie, maar dan wel een die juist stevige
fundamenten oplevert in plaats van drijfzand…

 

Voor elke transitie geldt: voorlopers belonen, het peloton verleiden op te schuiven en de
achterblijvende free-riders met de bezemwagen kennis laten maken. Daar is stimulerende
en coherente wet- en regelgeving voor nodig, gebaseerd op kennis en een breed gedragen
langetermijnsvisie. As we speak zitten we middenin de discussie over het gefaalde
stikstofbeleid. Ook dit schreeuwt om een integrale benadering met andere
maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en transitie door zoeken naar
synergie. Deze troonrede biedt de overheid die stip op de horizon: maak er gebruik van!

 

Als we het dan toch over de rol van de overheid hebben… die is duidelijk aan het
veranderen. De hoogstnoodzakelijke, integrale benaderingen zijn voor overheden een
enorme uitdaging. Daar komt bij dat bottom-up, brede maatschappelijke bewegingen zoals
het Deltaplan Biodiversiteitsherstel de overheid slechts ziet als partner, zonder de regie en
eindverantwoordelijkheid. Maar de vraag aan de overheid is wel om kaders en nieuwe weten
regelgeving te verzorgen, en om financieel te investeren. Een soort meewerkendvoormanrol
dus? Razend interessante bestuurlijke innovatie, zeggen de bestuurskundigen.
Maar het is wel even wennen, vooral voor Den Haag!

 

Welke rol de overheid ook speelt, coherentie van het beleid is cruciaal. Want alleen voor
ons in Nederland hoge duurzaamheidsstandaarden hanteren terwijl we als handelsnatie een
oogje dichtknijpen, is natuurlijk uit den boze. Onze welvaart en ons welzijn leunen
grotendeels op landgebruik elders. Daar waar de veelvormigheid van het leven op aarde nog
tot volle bloei komt. Overheid, neem dus de verantwoordelijkheid voor de gehele keten: van
oorsprong tot afzet. Dus ook voor wat we alleen maar doorvoeren – en dat is veel – zodat
we geen ontwikkelingsgelden hoeven te besteden aan het wegwerken van de negatieve
bijeffecten van onze eigen handelsmissies.

 

Sterker nog, internationaal ligt er juist een enorme kans voor Nederland om haar leven te
beteren. En wel via de Sustainable Development Goals. Momenteel scoren we hierbij uiterst
slecht op biodiversiteit – en ook voor gender trouwens, maar dat even terzijde… Nederland
weer als gidsland: is dat mogelijk? In de vorige eeuw waren we dat nog op milieugebied.
Denk bijvoorbeeld aan ons wereldwijde succes met innovaties binnen de tuinbouw, zoals de
overgang van chemische naar biologische plaaginsectenbestrijding in de jaren ‘70 Dat is iets
waar we nog steeds heel trots op kunnen zijn. Nu bungelen we echter onderaan op de
Europese lijstjes. Op het gebied van duurzame energie, luchtkwaliteit en pesticidengebruik
bijvoorbeeld zijn we het smerigste jongetje van de klas.

Pessimistisch?

Nee, ik blijf positief. Mijn verwachting is, dat vanaf nu duurzame innovaties niet langer
worden onderdrukt maar omarmd. Door maatschappij, bedrijfsleven én overheid. Een
systeemverandering is gaande, van maximalisatie van productie naar optimalisatie van alle
functies samen, sociaal rechtvaardig en economisch lucratief. Want bedenk: als wij in staat
zijn om in ons dichtbevolkte land duurzaam voedsel te produceren en tegelijkertijd
biodiversiteit te laten floreren, hebben we hét exportproduct voor alle metropolen van de
wereld. En werken we echt aan een toekomst waarvan de houdbaarheidsdatum niet zomaar
verstrijkt.

 

De natuur als politieke en economische mentor, zoals Thomas Friedman zo mooi uiteen zet
in zijn fascinerende boek Thank you for Being Late. Waarbij ook hij alle eigenschappen van
Moeder Natuur als voorbeeld stelt voor het bereiken van een adaptieve maatschappij. Het
is immers de enige weg.

 

De familie lachte in haar vuistje, want ze aanschouwde een proces dat ze maar wat goed
kende: evolutie door natuurlijke selectie! Binnen de BV Homo sapiens was er toch nog een
variant opgestaan, die kon floreren onder de erbarmelijke omstandigheden waarin de BV
zich nu bevond. Eentje die de normen en waarden van het grote familiebedrijf opnieuw had
ontdekt. Eerst nog stiekem, later openlijk zocht deze de toenadering tot de grote familie en
leerde gulzig van oude tantes en ooms. En begon een spin-off…

 

Zo evolueerde Homo sapiens sapiens uiteindelijk tot Homo sapiens circulare.

 

Beste soortgenoten. Volgens mij is het glas momenteel half vol. Laten we het duurzaam
bijschenken!

 

Dank voor uw aandacht
Louise E.M. Vet