Minister Schouten trekt 2,5 miljoen uit voor onderzoek naar biodiversiteit

 

De Tweede Kamer debatteert donderdag over het Deltaplan Biodiversiteitsherstel om het verlies aan planten en dieren een halt toe te roepen. Gesprek met twee gelijkdenkenden: ‘Je kunt dit niet alleen aan de overheid overlaten.’ Minister Schouten stelt 2,5 miljoen beschikbaar voor onderzoek.

In een peiling van Natuurmonumenten zeggen bijna alle ondervraagden dat de overheid verantwoordelijkheid moet nemen voor het verdwijnen van planten, insecten en vogels uit de natuur. Sinds 2005 worden er al plannen gesmeed om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Vijftien jaar later is nog niet veel gebeurd. En met de insecten, weidevogels en ­wilde bijen gaat het steeds slechter.

Burgers gaan zelf over tot actie: in Drenthe laten omwonenden van bollenvelden hun leefomgeving onderzoeken op bestrijdingsmiddelen. Omdat de overheid het niet doet. In Limburg meten burgers zelf het fijnstof van megastallen. Omdat de overheid volgens hen verstek laat gaan.

Waarom gaat dit deltaplan nu wel helpen?
“Ik snap de roep en de vraag aan de overheid om de regie te nemen”, zegt minister Carola Schouten. “Dat trek ik me aan. Maar aan de andere kant is dit een vraagstuk dat je niet alleen maar bij een overheid kunt neerleggen. Het heeft met zoveel meer te maken dan alleen de teloorgang van het landschap. Het gaat om de vraag: Wat heeft de boventoon, de economie of de ecologie? Ik geloof erin dat je die twee met elkaar moet verbinden. Daar ligt de oplossing. Ben je als samenleving bereid meer voor je voedsel te betalen? Ben je ­bereid om de boeren die dat voedsel produceren in staat te stellen dat meer in balans met de natuur te doen? Het raakt alle schakels in de keten. En uiteindelijk de consument zelf.”

Ze treden geregeld samen op voor zaaltjes met boeren en burgers: Schouten, minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit en Louise Vet, hoogleraar ecologie, pleitbezorgster van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Dat plan, opgesteld door maatschappelijke partijen (inclusief boerenorganisatie LTO) maar nadrukkelijk zonder de politiek, sluit bijna naadloos aan op Schoutens politieke landbouwvisie, waarin de kringloop centraal staat.

Een deltaplan zonder dat politici meepraatten. Geeft dat aan hoe weinig vertrouwen er op dit punt is in de politiek?
“Alle eerdere initiatieven zijn niet tot stand gekomen omdat er polarisatie was”, aldus Louise Vet. “Er werd niet met elkaar gesproken. De mensen aan de linkerkant zeiden wat de mensen aan de rechterkant moesten doen. En rechts zeggen ze: bemoei je met je eigen zaken. Dan kom je dus niet verder. Ik denk dat we nu in ieder geval hebben geleerd elkaars taal te spreken. Maar de overheid speelt wel een heel cruciale rol, want wij gaan om wet- en regelgeving vragen. We hebben het probleem met onze biodiversiteit met ons allen zo ver laten komen, nu moeten we het ook als maatschappij samen oplossen.”

Vet, nummer 1 in de Duurzame 100 van Trouw, zegt dat ze bang is voor de waan van de dag en dat daarom politici buiten het plan zijn gehouden. “Het biodiversiteitsplan moet uitmonden in een beweging die lang kan voortbestaan. Tot nu toe hebben we de economie leidend laten zijn aan de landbouw. Wij willen dat die met de ecologie wordt verbonden en zijn daarom ook blij dat we nu een minister hebben die niet alleen van landbouw is, maar ook van de natuur, iemand die de verbinding kan maken.”

Schouten: “Bij het opstellen van mijn landbouwvisie hebben we zitten zoeken naar de kansen om de natuur mee te nemen. Ik geloof zelf niet zo heel erg in het uit elkaar trekken van die twee. Doordat dat altijd is gebeurd, zitten we in de huidige positie. Natuur en landbouw horen bij elkaar en dat wil ik versterken met mijn beleid, bijvoorbeeld met het behoud van houtwallen.”

Bron: Trouw