Wat we wél goed doen in de Nederlandse natuur

De wolf, ooievaar, bever, grijze zeehond en otter; ze waren allemaal bijna of helemaal verdwenen uit de Nederlandse natuur. Maar ze keerden ook allemaal weer terug, al dan niet met een beetje hulp. Hun terugkeer in de Nederlandse natuurgebieden is een gevolg van het gevoerde beleid. In mei kwam een rapport uit waarin staat dat de wereldwijde natuur flinke tikken krijgt door menselijk handelen. Natuurlijk geldt dat ook voor de Nederlandse natuur, maar niet alles gaat slecht in Nederland.

 

Kijk bijvoorbeeld naar de Veluwe. Daar vestigde de wolf zich dit jaar officieel weer, nadat de laatste wolf in Nederland meer dan honderd jaar geleden was afgeschoten. In haar kielzog – de gevestigde wolf is een vrouwtje – zijn meer soortgenoten naar Nederland gekomen, en ook andere dieren als de lynx en goudjakhals rammelen aan de poorten van de Nederlandse natuurgebieden.

 

De terugkeer en komst van dat soort predatoren is een gevolg van het beleid dat vanaf begin jaren negentig is gevoerd in Nederland, zegt Frank Berendse, emeritus hoogleraar Ecologie van Wageningen University & Research. “Dat beleid heeft tot grotere natuurgebieden geleid. Neem bijvoorbeeld het Fochteloërveen (in Drenthe, red.)”, schetst Berendse. “In de jaren dertig van de vorige eeuw was dat een gebied van 300 hectare, en door systematisch landbouwgrond aan te kopen, is dat uitgegroeid tot een gebied dat bijna tien keer zo groot is. Door gebieden als het Fochteloërveen is natuur met voldoende rust en stilte ontstaan, zodat bijvoorbeeld kraanvogels zich hebben kunnen vestigen”, gaat Berendse verder. “Dat heeft met de oppervlakte van een gebied te maken. De negatieve effecten van de landbouw en de verstedelijking kunnen dan op voldoende afstand worden gehouden.”

 

Waar komen die terugkerende diersoorten vandaan?
De kraanvogel is niet de enige soort die Nederland gevonden heeft als nieuw thuis. Ook de zeearend, die in 2006 in de Oostvaardersplassen terugkeerde, en de visarend broeden tegenwoordig in ons land. “Het gaat goed met die soorten in landen als Duitsland of de Baltische staten en ze vinden in Nederland gebieden van dusdanig formaat dat ze zich hier kunnen vestigen.”

Ook Han Olff, hoogleraar Ecologie en Natuurbescherming van de Rijksuniversiteit Groningen, ziet dat het groter maken van natuurgebieden – onder meer door ze met elkaar te verbinden – tot de terugkeer van grotere diersoorten in Nederland heeft geleid.

 

‘Zalm en steur keren binnen tien jaar terug in de Rijn’
Olff noemt de das en de wolf als voorbeelden. “Maar ook ijsvogels en vissoorten die gebonden zijn aan zoet water zijn in aantal sterk toegenomen. Trekvissen zijn aan een echte comeback bezig. Dat komt door het opheffen van barrières en het openzetten van de Haringvlietdam. Ik verwacht dat de zalm en de steur daardoor binnen tien jaar weer in de Rijn terugkeren.” Die trekvissen leven in zowel zoet als zout water. Op het moment dat ze vanuit de Noordzee naar de zoete rivieren van Europa wilden zwemmen, stootten ze tot eind vorig jaar de neus. Maar sinds de toegang tot het Haringvliet in januari werd hersteld, kunnen ze weer gebruikmaken van die mogelijkheid. De Nieuwe Waterweg werd door trekvissen niet al te veel gebruikt, volgens Olff. Te druk, te diep en te veel industrie. Ook in de Afsluitdijk wordt gewerkt aan een opening, zodat trekvissen vanaf de Waddenzee het IJsselmeer op kunnen zwemmen.

 

Hoe zit het met het leven in de natuur?
Waar in natuurgebieden op het land, zoals de Veluwe, Oostvaardersplassen en het Fochtloërveen, veel zichtbaar is, geldt dat niet voor het zeeleven. Wat zich op de donkere bodem van de Noordzee afspeelt is veelal onzichtbaar. Toch gaan ook daar veel dingen goed, ziet Han Lindeboom, emeritus hoogleraar Mariene Ecologie. “De Nederlandse vissersvloot is bijvoorbeeld flink afgenomen. Dat heeft gezorgd voor een lagere druk van de visserij. Daarnaast stijgt het aantal zeehonden nog jaarlijks. De grijze zeehond was sinds de vijftiende of zestiende eeuw door de jacht verdwenen uit de Noordzee, maar die is weer teruggekeerd. Daar gaat het hartstikke goed mee. Ook vogels als de aalscholver en de stern doen het goed. Maar”, zegt Lindeboom, “dat betekent niet dat het algehele beeld van de status van de Noordzee positief is. De visserij is weliswaar gehalveerd, maar als je ziet wat ze aan vierkante meters omploegen door de boomkorvisserij (sleepnetten die over de zeebodem worden getrokken, red.), dan wordt het hele leven op de Noordzee door de visserij beïnvloed.”

 

‘Noordzee zou voor een deel afgesloten moeten worden’
Lindeboom pleit dan ook voor het afsluiten van grotere gebieden voor de visserij. “In die beschermde gebieden moeten ecosystemen zich kunnen ontwikkelen, zonder de druk van de visserij”, legt de marien ecoloog uit. “In 1991 heb ik gezegd dat 25 procent van de Noordzee afgesloten zou moeten worden. In 75 procent zou dan gevist kunnen worden. Later bleek dat dat 30 procent zou moeten zijn.” In zekere zin vindt ook Olff dat de natuur op land meer moet worden beschermd. “Door de landbouw en het verkeer ligt er een waas van stikstof over het landschap. Doordat nog steeds veel natuurgebieden gefragmenteerd zijn, is de invloed van die intensieve landbouw te merken.”

Olff ziet dat er veel insectensoorten zijn waar het slecht mee gaat. In zo’n dertig jaar tijd is drie kwart van het aantal insecten in Nederland verdwenen. “De grotere diersoorten doen het goed in Nederland, maar de kleinere, zoals de insecten, hebben het lastig. Het risico is dat we onbalans in onze ecosystemen krijgen. 30 procent van de Noordzee moet afgesloten worden voor de visserij”, zegt Han Lindeboom.

 

Hoe we de natuur in Nederland in stand kunnen houden
Dat kan als gevolg hebben dat alleen de “generalisten” weten te overleven, zegt Louise Vet, directeur van het Nederlandse Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). “Het aantal diersoorten die wat opportunistischer zijn, zien we stijgen, maar soorten die afhankelijk zijn van specifieke plantensoorten hebben het moeilijk.Goed voedsel produceren moet samengaan met mooie natuur. De mogelijkheden om het veel mooier te maken, zijn er echt”, vertelt Vet. “Maar dan moeten we mét de natuur gaan werken, en niet tégen de natuur.”

 

Bron: NU.nl