Weinig vlinders in juni

 

“De zon schijnt volop en de tuin staat vol vlinderplanten, maar waar zijn de vlinders?” Een veel gestelde vraag bij De Vlinderstichting in de periode eind mei en begin juni. Deze wordt al jaren de ‘junidip’ genoemd: de voorjaarsvlinders zijn klaar met vliegen en de zomervlinders zijn er nog niet.

 

Weinig vlinders in juni: heel normaal!

Alle vlinders die in het voorjaar vlogen, hebben eitjes gelegd. De rupsen doen zich nu tegoed aan het vele groen. Hun ouders, de vlinders, zijn dood. Over een paar weken gaan de rupsen verpoppen: in in juli zien we dan weer volop vlinders vliegen! De citroenvlinder, kleine vos, dagpauwoog en gehakkelde aurelia zagen we in het voorjaar volop. Maar in juni zijn ze allemaal weg. Hoe mooi het weer dan ook is, je ziet maar erg weinig vlinders. De levenscyclus van vlinders geeft het antwoord: al zie je weinig vlinders, er zijn wel veel rupsen. De voorjaarsvlinders zijn dood en de rupsen moeten zich nog verpoppen. Met name in de tuin in het dan stil.

 

Is 2019 een goed vlinderjaar?
Dat het de laatste 25 jaar niet goed gaat met de vlinders, weten de meest mensen wel. En er zijn er ook zeker minder dan vroeger. Toch kunnen we op basis van de situatie op dit moment nog geen conclusies trekken voor 2019: daarvoor moeten we eerst de zomermaanden afwachten. Uit een voorlopige tussenstand die De Vlinderstichting eerder dit jaar opmaakte blijkt dat sommige vlinders het relatief goed doen, en anderen slecht.

 

Distelvlinders
Eén vlindersoort maakt het gemis van de rest een beetje goed: de distelvlinder. Deze trekvlinders hebben al een heleboel kilometers gemaakt. Ze komen eigenlijk uit Afrika, maar in de wintermaanden vertrekken de vlinders naar het Noorden. Door de windrichting kwamen ze eind maart in Israel aan. Midden mei ging de volgende generatie op weg naar het noordwesten. Door het slechte weer en de wind weken ze noordwaarts uit naar Zweden. Via een omweg zijn ze nu toch ook bij ons. De afgelopen dagen worden ze op veel plekken gemeld, vaak wat gehavend en gebleekt. Maar dat mag ook wel na zo’n lange tocht!

 

Bron: De Vlinderstichting