Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Aanvalsplan Landschap in actie: van ambitie naar uitvoering in het landschap 2/3

Het Aanvalsplan Landschap brengt een breed consortium van partijen samen rond één duidelijke ambitie: minimaal 10% van het landelijk gebied verrijken met landschapselementen. Wat begon als een gedeelde ambitie, krijgt inmiddels steeds concreter vorm in de uitvoering en wordt zichtbaar in het landschap. 

Met steun van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en coördinatie vanuit het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, zijn namelijk in zeven provincies negen projecten uitgevoerd om groenblauwe netwerken te versterken. Samen hebben deze projecten geleid tot de aanleg van honderden kilometers aan landschapselementen, zoals houtwallen, hagen, singels, struweel en poelen. Deze elementen dragen bij aan een rijkere biodiversiteit en versterken het cultuurlandschap.

De projecten zijn inmiddels afgerond en hebben samen circa 350 kilometer aan landschapselementen opgeleverd. Daarmee is een belangrijke eerste stap gezet in de uitvoering van het Aanvalsplan Landschap.

Inmiddels is er ook een is de tweede tranche gestart, waarin nieuwe projecten op dit moment in volle gang zijn. Binnen deze fase worden opnieuw landschapselementen aangelegd, met als doel de uitbreiding van het netwerk in het landelijk gebied verder door te zetten. De totale ambitie binnen beide tranches blijft om uiteindelijk circa 700 kilometer aan landschapselementen te realiseren.

Hoog tijd om de balans op te maken: wat hebben de projecten uit tranche 1 opgeleverd, en wat is er nu al zichtbaar in het landschap? Hieronder nemen we je mee langs de resultaten van drie van de negen projecten.

 

BoerenNatuur Groningen West

Poelen en houtsingels versterken landschap in het Westerkwartier 

 
Van ambitie naar uitvoering 

In het zuidelijk Westerkwartier werkte BoerenNatuur Groningen West aan de aanleg van nieuwe poelen en het herstel van bestaande houtsingels. Met deze combinatie van blauwe en groene landschapselementen is op meerdere plekken gewerkt aan een gevarieerder landschap, waarin water, erfbeplanting en historische singelstructuren elkaar versterken. 

 
Aanpak in het gebied 

Het project bestond uit twee duidelijke onderdelen. Verspreid over het gebied zijn in totaal 16 poelen aangelegd. Daarnaast is gewerkt aan het herstel van houtsingels, waarvoor ongeveer 3.000 stuks autochtoon en inheems plantmateriaal zijn uitgedeeld. De poelen zijn grotendeels in het najaar van 2025 gerealiseerd, binnen de uitvoeringsperiode die in het ecologisch advies was aangegeven. 

 
Zichtbare resultaten in het landschap 

Met het project zijn 16 poelen gerealiseerd, samen goed voor ongeveer 0,17 hectare nieuw blauw landschapselement. Daarnaast is 12,3 kilometer houtsingel hersteld. Daarmee bleef de lengte iets achter bij de oorspronkelijke doelstelling van 15 kilometer. Sommige singels bleken meer plantmateriaal nodig te hebben dan vooraf was ingeschat. Daardoor kon met hetzelfde beschikbare plantsoen minder lengte worden hersteld. Tegelijkertijd zijn op meerdere plekken historische singellijnen hersteld, gaten in bestaande structuren zijn opgevuld en is de nieuwe aanplant zichtbaar aangesloten op het bestaande landschap. 

 
Samenwerking en uitvoering 

De uitvoering vroeg om afstemming tussen verschillende partijen. Voor de poelen verzorgde BoerenNatuur Groningen West de voorbereiding, het uitzetten van het werk en de begeleiding in het veld. Voor het ecologisch onderzoek en de vergunningverlening werd samengewerkt met gespecialiseerde partijen en de gemeente. De uitvoering gebeurde door verschillende regionale loonbedrijven. Bij de houtsingels lag de uitvoering juist nadrukkelijk bij de deelnemers zelf: zij voerden het plantwerk vrijwillig uit, nadat het plantmateriaal op hun bedrijf waren afgeleverd. Bij het herstel van de houtsingels was de betrokkenheid van deelnemers bepalend. Juist doordat grondeigenaren het plantwerk zelf uitvoerden, bleef het project kostenefficiënt en ontstond er directe betrokkenheid bij het resultaat. 

 
Lessen en perspectief 

Een belangrijke les uit dit project is dat vrijwillige deelname veel draagvlak oplevert, maar ook grenzen kent. Het werven van extra deelnemers vroeg meer inspanning dan binnen het project mogelijk was. Tegelijkertijd laat de ervaring zien dat deelnemers bereid zijn zelf veel werk te verzetten wanneer materiaal, voorbereiding en begeleiding goed zijn geregeld.

Voor een volgend project ziet BoerenNatuur Groningen West daarom kansen in een meer ontzorgende aanpak, waarbij ook het aanplanten zelf georganiseerd wordt. Dat kan helpen om nog meer grondeigenaren mee te krijgen. Dit project laat vooral zien dat ook met een relatief compacte aanpak al zichtbaar resultaat kan worden geboekt: nieuwe poelen, herstelde singels en een landschap waarin bestaande structuren opnieuw betekenis krijgen.

 

Stichting Landschap Overijssel 

Overijssel: honderden landschapselementen dankzij brede deelname en boomdeeldagen 

Van ambitie naar uitvoering 

Binnen de gezamenlijke ambitie om het landelijk gebied te versterken met meer landschapselementen, is in Overijssel de uitvoering van dit project getrokken door Stichting Landschap Limburg. Zij waren verantwoordelijk voor de organisatie, coördinatie en de uitvoering van onder meer de boomdeeldagen. In deze aanpak is nauw samengewerkt met lokale en regionale partners, uitvoerende partijen en deelnemers in het gebied. 

 
Aanpak in het gebied 

De aanpak kenmerkte zich door een groot aantal kleinschalige initiatieven, verspreid over 439 locaties. Grondeigenaren, bewoners en lokale organisaties kregen ondersteuning in de vorm van advies en werkplannen, waarna zij grotendeels zelf verantwoordelijk waren voor de uitvoering op hun eigen terrein. Een belangrijk onderdeel van de uitvoering waren de zogeheten boomdeeldagen, waarbij inwoners plantmateriaal konden ophalen om zelf aan te planten. 

 
Zichtbare resultaten in het landschap 

Het project heeft geleid tot een sterke toename van landschapselementen in het landschap. Verspreid over de provincie zijn onder meer houtwallen, houtsingels, struweelhagen, knotbomenrijen, hoogstamboomgaarden en poelen gerealiseerd. Ook zijn natuurvriendelijke oevers en kleine bosjes toegevoegd. Hoewel de exacte samenstelling per locatie verschilde, is in het totaalbeeld een duidelijke versterking van het landschap zichtbaar.  

 
Samenwerking en uitvoering 

De uitvoering kreeg vorm via een breed netwerk van samenwerkingen met onder andere Hoop Heggen, het Landschapsfonds Enschede, Stichting Hofvogels en Buurtschap Brammelo. Daarnaast zijn lokale hoveniers betrokken geweest bij de planvorming en uitvoering voor meerdere deelnemers. Ook is samengewerkt met de Stichting Groene en Blauwe Diensten Overijssel (SGBDO), waarbij voor een aantal deelnemers beheercontracten zijn afgesloten voor langjarig landschapsbeheer. 

De grootste uitdaging lag in het organiseren van een grote hoeveelheid plannen binnen een relatief korte tijd, en het bewaken dat deze plannen daadwerkelijk door deelnemers zelf werden uitgevoerd. Dit vroeg veel inzet van adviseurs en zorgvuldige administratie en begeleiding. 

 
Lessen en perspectief 

Een belangrijke les uit het project is het belang van een strakke administratie en tijdige vastlegging van afspraken. Daarnaast blijkt dat het werken met normbedragen en deelname door bewoners goed werkt, maar dat het eigenaarschap verder versterkt kan worden door waar mogelijk ook een eigen bijdrage te vragen. Het initiatief wist veel mensen te bereiken en de belangstelling vanuit inwoners was groot. Ook gemeenten reageerden positief op de aanpak, al bleek vergunningverlening in sommige gevallen een knelpunt. Wat dit project vooral laat zien, is dat grootschalige landschapsversterking mogelijk is via een optelsom van vele kleinschalige ingrepen. Door bewoners en grondeigenaren actief te betrekken, ontstaat niet alleen een rijker landschap, maar ook sterker lokaal eigenaarschap.

 

Stichting Landschapsbeheer Gelderland 

Van versnellen naar verbinden: landschapsherstel met grondeigenaren in Gelderland 

 
Van ambitie naar uitvoering 

In Gelderland heeft Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) gewerkt aan de aanleg van streekeigen landschapselementen op en rond landbouwgronden. Het project draagt bij aan de ambitie om het agrarisch gebied te versterken met meer groenblauwe dooradering, waarbij natuur, landschap en landbouw dichter bij elkaar worden gebracht. De uitvoering vroeg om een intensieve samenwerking met grondeigenaren. Op honderden locaties is samen gekeken naar wat landschappelijk mogelijk en praktisch uitvoerbaar is. 

 
Aanpak in het gebied 

In totaal zijn op ongeveer 368 locaties landschapsplannen opgesteld en gerealiseerd. Per locatie is maatwerk geleverd: van eerste verkenning en planvorming tot afstemming over uitvoering en plantmomenten. De tijdsdruk vormde hierbij de grootste uitdaging. Het project moest in een korte periode worden uitgevoerd, terwijl iedere locatie zorgvuldige afstemming vroeg met de grondeigenaar om tot een gedragen en haalbaar plan te komen. De uitvoering werd grotendeels gerealiseerd door de grondeigenaren zelf, ondersteund door SLG met advies, planvorming en coördinatie.  

 
Zichtbare resultaten in het landschap 

Het project heeft geleid tot een duidelijke versterking van het landschap op de Veluwe en omliggende gebieden. Verspreid over het gebied zijn onder andere houtsingels, heggen, struweelhagen, knotbomenrijen, bosjes en boomgroepen aangelegd. Door de grote variatie in locaties en deelnemers is een fijnmazig netwerk van landschapselementen ontstaan. Niet één maatregel, maar juist de optelsom van vele kleinschalige ingrepen zorgt voor een zichtbaar sterker en groener landschap. 

 
Samenwerking en uitvoering 

Een van de belangrijkste succesfactoren was de hoge deelnamebereidheid onder grondeigenaren. Die brede betrokkenheid maakte het mogelijk om op veel plekken daadwerkelijk tot uitvoering over te gaan. Tegelijkertijd vroeg het project om strakke organisatie: veel parallelle trajecten, korte doorlooptijden en intensief contact met deelnemers. Die combinatie maakte het project dynamisch, maar ook complex in uitvoering. 

 
Lessen en perspectief
De belangrijkste les uit dit project is dat tijd een kritische factor is. Een korte uitvoeringsperiode legt druk op zowel organisatie als afstemming, terwijl landschapsontwikkeling juist gebaat is bij zorgvuldigheid en continuïteit. Daarom is een meerjarige aanpak wenselijk. In de praktijk blijkt dat een gebied niet “af” raakt: door veranderingen in eigendom, bedrijfsvoering en interesse ontstaan steeds opnieuw kansen om landschapselementen toe te voegen. Daarnaast laat het project zien dat de betrokkenheid van grondeigenaren essentieel is. De combinatie van goede informatie, heldere communicatie en een projectmatige aanpak zorgt voor energie in het gebied en stimuleert deelnemers om elkaar te inspireren.