Landschapselementen
Dit zijn houtige elementen zoals singels, bomenrijen, houtwallen, heggen, hagen, knotbomen, graften, griendjes en hoogstam-boomgaarden. Maar ook een begroeiing van kruiden en ruigten en natte elementen zoals slootkanten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Ecologisch beheerde sloten kunnen ook tot landschapselementen gerekend worden evenals elementen als keverbanken of kruidenrijke akkerranden. Het lint dat deze landschapselementen samen (gaan) vormen noemen we de groenblauwe dooradering van het landschap.
Wil je meer weten over het belang van landschapselementen en welke functie(s) ze kunnen vervullen?
Ga naar thema landschapselementen
Akkerranden
Akkerranden zijn randen met kruiden en bloemen langs een boerenperceel. Ze zorgen voor minder afspoeling van nutrienten en pesticiden, waardoor omliggend land en water minder vervuild raakt. Ook bieden akkerranden leefgebied aan hogere aantallen en diversiteit van bestuivende insecten en natuurlijke vijanden van plaagorganismen.
Bouwplanverruiming
Door een beperkt aantal gewassen in de rotatie is een landbouwsysteem gevoelig voor uitbraak van ziektes, veroorzaakt door aaltjes en schimmels, veronkruiding en een verslechtering van de bodemkwaliteit. Het verruimen van het bouwplan houdt in dat er meer gewassen in het bouwplan worden opgenomen, waarbij de gewassen over de verschillende percelen rouleren. Om het bouwplan te verruimen kunnen aan het bestaande bouwplan rustgewassen worden toegevoegd, maar ook hoog rendabele gewassen.
Met een verruiming van het bouwplan met rust- en vanggewassen kan de bodemkwaliteit en organische stofopbouw sterk verbeteren. Op het gebied van de bodemkwaliteit gaat het niet alleen om de structuur, maar ook om het vastleggen van stikstof door vlinderbloemigen. Een ruimer bouwplan kan ook het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen terugdringen, waardoor zowel de bodemkwaliteit verbeterd wordt en er een economische winst kan worden behaald door een reductie van de inkoop van (kunst)meststoffen en bestrijdingsmiddelen.
Teelten
Er zijn verschillende soorten teelten die een positief effect kunnen hebben op de biodiversiteit. Zo kan de soort teelt invloed hebben op het aantal plagen die voorkomen. Hieronder zijn een aantal van deze teelten kort en bondig samengevat.
Meerjarige teelten
Meerjarige teelten kunnen veel dieper wortelen en op grotere diepte water en voedingstoffen ophalen. Hierdoor gaan minder voedingstoffen verloren door uitspoeling. Daarnaast is de akker tijdens meerjarige teelten ook gedurende de winter bedekt, waardoor er minder erosie plaatsvindt en er voedsel en schuilgelegenheid voor verschillende soorten gecreëerd wordt.
Meerjarige en permanente teelt (permacultuur) kan ook het organische stof gehalte verhogen en de bodemstructuur verbeteren. Daarnaast is er minder grondbewerking nodig, waardoor de bodem meer rust krijgt en zich beter kan ontwikkelen. Een nadeel van langjarige teelt is wel dat de ziektedruk kan toenemen, omdat ziekteverwekkers meer tijd krijgen om zich te vermenigvuldigen en uit te breiden. Ook liggen de opbrengsten van permanente teelten in de huidige markt vaak lager dan bij eenjarige teelten.
Mengteelt
In mengteelt worden twee of meer hoofdgewassen gemengd gezaaid. Hiermee wordt de diversiteit in het bouwplan verhoogt. Met een mengteelt kan ook efficiënter gebruik gemaakt worden van de voedingstoffen in de bodem.Daarnaast wordt bij mengteelt de bodemkwaliteit verbeterd door een diversiteit aan beworteling. Ook verspreiden ziektes en plagen zich minder snel in een mengteelt. In mengteelten zijn daarom minder (kunst)mest en bestrijdingsmiddelen nodig.
De meest voorkomende mengteelten zijn granen gecombineerd met peulvruchten, die stikstof in de bodem vastleggen wat door de granen als voedingsstof gebruikt kan worden. Het onderhouden van de mengteelt is echter complexer, en ook de opbrengst kan sterker variëren dan bij monoculturen.
Strokenteelt
Strokenteelt is een teeltvorm waarbij op één perceel verschillende gewassen in stroken naast elkaar geteeld worden. Bij het inrichten van de percelen met strokenteelt zijn de gewaskeuze en breedte van de stroken van belang. Ieder gewas wordt wel apart beheerd. Door het toepassen van strokenteelt kan de biodiversiteit toenemen en de ziektedruk in de gewassen afnemen. Strokenteelt is positief voor de biodiversiteit door het hogere aantal gewassoorten en het toenemen van overgangen tussen verschillende gewassen.
Gewasziektes worden geremd doordat plagen zich minder snel kunnen verspreiden over verschillende stroken en er is een hogere natuurlijke plaagbestrijding door de aanwezigheid van verschillende insecten. Ook kan de opbrengst van strokenteelt vergelijkbaar of hoger zijn dat bij het telen van een gewas per perceel. Het mechanische beheer van de verschillende gewassen in de stroken is echter wel lastiger dan in monoculturen.
Bodemkwaliteit verbeteren
Groenbemesters en rustgewassen zijn beide essentieel voor het verbeteren van de bodemkwaliteit en het bevorderen van een duurzaam landbouwsysteem. Groenbemesters worden na het hoofdgewas gezaaid om nutriënten vast te leggen en uitspoeling te verminderen. Deze gewassen verminderen de behoefte aan (kunst)mest en beschermen de bodem in de winter tegen erosie. Door hun wortels verbeteren ze de bodemstructuur en bieden ze voedsel en leefgebied voor insecten en vogels. Groenbemesters worden in het voorjaar ondergewerkt of sterven af, wat bijdraagt aan de bodemgezondheid.
Rustgewassen, zoals grassen, granen en eiwitgewassen (bijv. klaver en lupine), verbeteren de bodemkwaliteit door hun diepe wortels. Deze wortels verhogen het watervasthoudend vermogen van de bodem, bouwen organische stof op en leggen stikstof vast. Dit leidt tot een betere bodemvruchtbaarheid en gezondheid.
Bij niet-kerende grondbewerking wordt de grond niet of zo min mogelijk en niet kerend bewerkt. De nog aanwezige gewasresten worden in zijn geheel niet of slechts oppervlakkig met de bodem gemengd. Alleen de bovenste grondlaag (12 cm) wordt beïnvloed waardoor de diepere lagen intact blijven. Niet-kerende grondbewerking zorgt ervoor dat de bodemstructuur stabieler is, het bodemleven minder wordt verstoord en de waterhuishouding verbeterd.
Beide teeltsystemen, groenbemesters en rustgewassen, dragen bij aan een verbeterde bodemstructuur en -gezondheid. Ze zorgen voor een duurzamer landbouwsysteem door de bodem te beschermen en te verrijken, wat essentieel is voor langdurige vruchtbaarheid en biodiversiteit. Niet-kerende grondbewerking ondersteunt deze processen door de bodem minder te verstoren en de natuurlijke balans te behouden.
Gewasbeschermingsmiddelen
Veel gewasbeschermingsmiddelen hebben een negatief effect op de bodembiodiversiteit. Door een verminderd verbruik hiervan en het beschermen van de teelt op andere manieren kan de biodiversiteit bevorderd worden en er een economische winst worden behaald door minder inkoop van deze producten. Dit kan op verschillende manieren. Door gebruik te maken van robuustere rassen, te streven naar gezondere (vaak minder doorveredelde) gewassen, een grotere variatie van gewassen door stroken- of mengteelt toe te passen, het gebruik van natuurlijke bestrijders of mechanische bestrijding. Ook kan er gerichter gebruik gemaakt worden van pesticides, waardoor de totale hoeveelheid afneemt.
Organische bemesting
Op het gebied van bemesting zijn verschillende manieren mogelijk om de biodiversiteit te ondersteunen. Een van de belangrijkste maatregelen die een positief effect kunnen hebben op de biodiversiteit is organische mest in plaats van kunstmest.
De organische bemesting kan bestaan uit vaste mest, drijfmest, compost, maar ook vlinderbloemige groenbemesters. Afhankelijk van het type en hoeveelheid organische mest kan het een positief effect hebben op de bodembiodiversiteit van schimmels, bacteriën, nematoden en wormen, en daarbij ook op het organische stof gehalte in de grond. Kanttekening is dat overbemesting van organische mest, en het gebruik van mest vervuild met andere stoffen, nadelig zijn voor de bodembiodiversiteit. Naast het gebruik van organische mest, kan er ook gekeken worden naar preciezere bemesting, door te kijken naar de benodigde hoeveelheid en locatie.