Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Agrofoodpartners en provincies in gesprek over Natuurherstelverordening en Basiskwaliteit Natuur

Op 8 september 2026 kwamen de Agrofoodpartners en de provincies die partner zijn van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel samen in Lelystad. Centraal stonden de Natuurherstelverordening (NHV), Basiskwaliteit Natuur (BKN) en de biodiversiteitsmonitoren. Doel van de middag was om van elkaar te horen welke bijdrage partijen kunnen leveren aan de doelen van de NHV, hoe daar nu aan wordt gewerkt en welke kansen er liggen door meer samen op te trekken. 

Van stoppen van verlies naar actief herstel 

Anne van Doorn, onderzoeker bij Wageningen University & Research (WUR), trapt de middag af met een schets van de NHV en de kansen en uitdagingen die deze Europese verordening biedt voor de landbouw. Voor agrariërs zijn meerdere artikelen van belang. Het gaat niet alleen om artikel 11 over landbouwecosystemen, maar ook om het herstel van bestuivers, meer bomen in Nederland en de bescherming van weidevogels. Kenmerkend voor de NHV is dat de verordening niet alleen natuurverlies wil stoppen, maar nadrukkelijk inzet op actief herstel. 

Er komt dus veel op het bord van agrariërs terecht. Tegelijkertijd zijn er, afgezien van extra budget voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), nog weinig concrete maatregelen aangekondigd om hen daarbij te ondersteunen. Volgens Anne van Doorn is meer geld voor het ANLb alleen niet genoeg. ANLb-maatregelen zijn lastig op een schaal toe te passen die groot genoeg is om de NHV-doelen te halen. Ze remmen vooral verdere achteruitgang van soorten af, terwijl voor herstel meer nodig is. Zij pleit daarom voor een combinatie van drie lagen: 

  1. Een basis van wettelijke milieustandaarden. 

  1. Daarbovenop maatregelen die de milieu- en natuurcondities van het landschap op orde brengen, zoals BKN, biodiversiteitsmonitoring en doelsturing. 

  1. En als kers op de taart: specifieke inzet voor het behoud van soorten, bijvoorbeeld via het ANLb. 

Op alle drie de lagen is volgens haar versterkte beleidsinzet nodig om de doelen van de NHV te halen. 

Handelingsperspectief door BKN en doelsturing 

BKN richt zich op het in stand houden van algemene soorten door te sturen op de condities die zij nodig hebben: inrichting, abiotiek zoals bodem- en waterkwaliteit, en beheer. Omdat die condities te vertalen zijn naar concrete indicatoren, bieden ze agrariërs perspectief om bij te dragen aan natuurherstel. De vraag wanneer er sprake is van voldoende basiskwaliteit blijft wel open. Daarvoor zijn heldere doelen en indicatoren nodig. 

Daarbij hoeft niet vanaf nul te worden begonnen. Met KPI-systemen als de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw en de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij belonen afnemers agrariërs vaak al voor hun inzet voor biodiversiteit. Wanneer deze systemen goed aansluiten op de BKN-condities, kan doelsturing bijdragen aan de NHV-doelen. Agrariërs kunnen daarin een sleutelrol spelen, benadrukt Anne van Doorn. Dat kan alleen als biodiversiteit een volwaardig verdienmodel wordt en boeren meer ontvangen dan een vergoeding voor gederfde inkomsten. Ook is een verschuiving nodig van maatregelen op perceelniveau naar systeemherstel op gebiedsniveau, met een gebiedsgerichte en datagestuurde aanpak en een breed, samenhangend pakket aan instrumenten. 

Natuurbeheer ook buiten natuurgebieden 

Wout van der Slikke (Provincie Zuid-Holland) licht toe hoe het provinciale natuurbeleid de afgelopen jaren is verschoven. Lange tijd lag de focus, vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn, op Natura 2000-gebieden. De praktijk laat echter zien dat veel soorten ook profiteren van natuur op plekken zonder natuurfunctie, zoals het agrarisch gebied. Dat sluit aan bij de NHV, die zich expliciet ook op natuur buiten aangewezen natuurgebieden richt. 

BKN is volgens Wout van der Slikke een bruikbaar aanknopingspunt, juist omdat je er ook buiten natuurgebieden op kunt sturen. Daarnaast draagt het bij aan ecosysteemdiensten als schoon water, een gezonde bodem en de recreatieve waarde van het landschap. Hoe hoog de lat moet liggen en hoe BKN wordt vertaald naar instrumenten met handelingsperspectief voor sectoren als de landbouw, zijn nog open vragen. Onder de Omgevingswet werken provincies met omgevingsvisies, programma's en verordeningen die periodiek worden herzien. Zuid-Holland werkt binnenkort aan een nieuwe visie. Door BKN daarin een plek te geven, kan hierop later worden voortgebouwd in thematische programma's, zoals voor de landbouw. 

Biodiversiteitsmonitoren als bouwsteen 

Rita Poppe (BO Akkerbouw) en Christien Ondersteijn (ZuivelNL) gaan in op de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA) en de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij (BMM) als instrumenten om bij te dragen aan BKN. Beide monitoren werken met een set wetenschappelijk onderbouwde KPI's die agrariërs handelingsperspectief bieden. Inzicht in de eigen prestaties en van elkaar leren in studiegroepen werkt motiverend. Een financiële beloning is vaak een belangrijke drijfveer, en steeds meer afnemers belonen goede resultaten. Maar ook andere vormen van waardering, zoals erkenning, tellen mee. De BMM wordt inmiddels landelijk toegepast en de BMA draait in pilots in verschillende regio's en provincies. 

De volgende stap is onderzoeken in hoeverre via de monitoren op BKN-condities kan worden gestuurd. Veel indicatoren sluiten daar al goed op aan. Rita Poppe en Christien Ondersteijn waarschuwen er wel voor dat boeren niet opnieuw een geheel nieuwe methodiek moeten leren. Beter meten en monitoren heeft daarom voorrang op het toevoegen van nieuwe indicatoren. Daarnaast is het belangrijk dat marktpartijen en overheden de financiële beloning samen breed oppakken. 

De vertaalslag maken naar de praktijk 

In de discussie stond de brug tussen beleid en de agrarische praktijk centraal. De deelnemers zijn het erover eens dat de KPI-sets van de BMA en BMM goed kunnen aansluiten op BKN, mits beide systemen goed op elkaar worden afgestemd. De term BKN zelf is voor die communicatie waarschijnlijk nog te abstract. Onder de motorkap wordt het wel als een waardevol middel gezien om op gebiedsniveau op condities te sturen. Een logische vervolgstap is daarom een duidelijke koppeling tussen de BKN-condities en de indicatoren van de monitoren. Hier ligt volgens de deelnemers een grote uitdaging en kans: het concept BKN vertalen naar de agrarische praktijk, zonder het onnodig complex te maken.