Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Raster

Rasters kunnen worden geplaatst bij een faunatunnel of loopplank om te voorkomen dat de otter de weg opgaat en om het dier naar de faunavoorziening te leiden. Daarnaast kunnen rasters worden toegepast op knelpunten waar andere faunavoorzieningen niet mogelijk zijn. In sommige gevallen is de aanwezigheid van een raster al voldoende om de otter de gewenste looproute te laten volgen.

Ligging in landschap

Het al dan niet plaatsen van een raster is sterk afhankelijk van de landschappelijke situatie. Wanneer de waterloop parallel aan de weg loopt, is het raster het meest essentieel. Kruist de waterloop een weg, dan dienen rasters te worden geplaatst om de otter te stimuleren de weg onderlangs te passeren, eventueel in combinatie met een loopplank. Hierbij wordt het raster bij voorkeur langs de waterloop geplaatst.

Foto: Harrie Bosma

Standaardontwerp

  • Voor de lengte van het raster bij een faunapassage kan worden uitgegaan van minimaal 50 meter, en minder wanneer uit overleg met deskundigen blijkt dat dit de effectiviteit niet benadeelt.
  • Indien rasters aan weerszijden van de weg geplaatst worden, is het belangrijk dat deze rasters even lang zijn. Een symmetrisch raster aan beide zijden van de weg voorkomt dat overstekende dieren aan de overzijde op een langer raster stuiten en zo gedwongen zijn om een stuk over de weg te blijven lopen.
  • Het raster moet 1 meter boven het maaiveld uitsteken en 20 cm ingegraven zijn, zodat de otter en andere dieren er niet onderdoor kunnen graven.
  • Het raster wordt bij voorkeur 20 cm omgebogen naar de wildzijde (bovenop de 1 meter hoogte). Otters zullen alleen bij uitzondering over het raster klimmen, maar bij boom- en steenmarter is dit gebruikelijker.
  • De palen dienen aan de wegzijde van het raster te staan, zodat deze niet gebruikt kunnen worden om te klimmen.
  • Er kan een terugkeerluik worden aangebracht, die dieren toelaat het raster te passeren van de wegzijde naar de wildzijde, maar niet andersom.
  • Onderaan het raster kan een amfibiescherm worden aangebracht.
  • Hekpoorten in het raster moeten zodanig worden ontworpen dat ze niet open blijven staan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een valhek.
  • Sluit de onderkant van de hekpoort goed af, maar niet met rubberen flappen, want deze gaan niet lang mee. Beter is om bij hekdeuren een betonnen drempel aan te leggen.
  • Zorg voor overstapjes voor vissers en andere personen die het raster regelmatig willen passeren. Dit voorkomt dat het raster kwalitatief achteruit gaat omdat mensen er overheen klimmen en dan het raster naar beneden buigen.

Agentschap Natuur & Bos realiseerde in het kader van Interreg Otter over de grens met financiële steun van WWF België een standaardbestek en een alternatief bestek.

Foto: Robbert Schepers

Aandachtpunten

  • Goed onderhoud is cruciaal. Bij voorkeur worden rasters elk kwartaal gecontroleerd. Idealiter gebeurt dit direct na een maaibeurt, omdat het raster dan beter zichtbaar is en eventuele schade door het maaien direct kan worden hersteld. Voor meer informatie over inspectie en onderhoud, zie Leidraad faunavoorzieningen.
  • Vegetatie langs een raster moet soms ingeperkt worden om onderhoudskosten laag te houden.
  • In de obstakelvrije zone langs de weg mogen palen niet meer dan 8 cm dik zijn.
  • Op plekken waar voertuigen het raster moeten passeren, kan een wildrooster worden aangelegd. Houd er echter rekening mee dat otters weinig moeite hebben om een wildrooster te passeren, waardoor deze maatregel vooral effect heeft op andere diersoorten.
 Foto: Harrie Bosma

Variaties

Indien er bezwaren zijn vanwege de landschappelijke inpassing van een raster, kunnen wilgentenen als alternatief gebruikt worden, maar dit geniet niet de voorkeur.