Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Faunavoorzieningen otter

De Europese otter (Lutra lutra) is weer terug als karakteristieke bewoner van het Nederlandse waterlandschap. Maar aanrijdingen en versnippering van het leefgebied vormen een grote bedreiging. Want jaarlijks komt een kwart tot een derde van alle otters in Nederland om in het verkeer. Faunavoorzieningen zijn een goede oplossing. Maar hoe kies je de juiste faunapassage voor otter, en waar moet je bij de aanleg op letten? Deze toolbox biedt praktische handvatten en helpt je op weg.

Foto: Mark Zekhuis

De koning van de Nederlandse natte natuur

De Europese otter is met een lengte van tot wel anderhalve meter een van de grootste roofdieren van Nederland. Door enorme samenwerking is het gelukt om leefgebied te herstellen en is de soort succesvol teruggekeerd in Nederland: het is zelfs het boegbeeld van de Nederlandse natte natuur. Nederlanders zijn trots op de otter. Bovendien geldt de soort als een belangrijke indicator voor een gezonde leefomgeving: zijn aanwezigheid duidt op voldoende schoon water, een goede visstand en natuurlijke oevers. In de jaren tachtig werd de otter in Nederland als uitgestorven beschouwd. Tussen 2002 en 2009 is de soort met succes geherintroduceerd. Sindsdien breidt de populatie zich geleidelijk uit. 

Foto: Johann Prescher

De otter heeft faunavoorzieningen nodig

Otters lijken misschien waterdieren, het zijn vooral oeverdieren. Tijdens het markeren van hun grote territorium en bij het zoeken van een nieuw territorium kunnen ze dagelijks flinke afstanden afleggen, zowel zwemmend 

als over de oever. Wanneer de otter over de oever loopt en daarbij een weg kruist ontstaan gevaarlijke situaties. Het is dan ook geen wonder dat aanrijdingen de grootste bedreiging zijn voor otters in Nederland. Dit speelt ook een rol bij het feit dat de otter moeite lijkt te hebben om zich naar het zuiden en westen van ons land te verspreiden, hoewel andere knelpunten ook een rol kunnen spelen. Er moeten maatregelen worden genomen om knelpunten voor de otterpopulatie op te lossen, omdat de otter strikt beschermd is volgens de Habitatrichtlijn (Bijlage II en IV). Eén van de meest effectieve manieren om dit te doen is door de aanleg van faunavoorzieningen. Deze voorzieningen verlagen het aantal verkeersslachtoffers. Daarnaast helpen ze de otter om nieuw leefgebied te bereiken.

Bij de aanleg van een faunavoorziening zijn er veel zaken om rekening mee te houden, die zijn verwerkt in dit overzicht. Faunavoorzieningen zijn er in vele typen, vormen en maten, en het is cruciaal dat bij een bepaalde wegsituatie voor het juiste type voorziening wordt gekozen.

Foto: Johann Prescher

Stappenplan voor de aanleg van een faunavoorziening voor otter

 

Stap 1: Knelpunten signaleren

  • Gebruik bestaande data van aanrijdlocaties (zie verder lezen).
  • Bepaal het doel van de faunavoorziening: bijvoorbeeld ontsnipperen van leefgebied of foerageergebieden verbinden.
  • Combineer faunapassage met aanleg of bestaand onderhoud aan wegen.
  • Wees proactief: wacht niet tot er verkeersslachtoffers vallen.
  • Leg knelpunten vast in langdurig beheer.

 

Stap 2: Locatiekeuze en project voorbereiding

  • Gebruik bestaande data van aanrijdlocaties (zie verder lezen).
  • Bepaal het doel van de faunavoorziening: bijvoorbeeld ontsnipperen van leefgebied of foerageergebieden verbinden.
  • Combineer faunapassage met aanleg of bestaand onderhoud aan wegen.
  • Wees proactief: wacht niet tot er verkeersslachtoffers vallen.
  • Leg knelpunten vast in langdurig beheer.

 

Stap 3: Keuze type faunapassage

  • Kies in situaties waarin een gebied volledig wordt heringericht voor een grote faunaverbinding, zodat zowel otters als andere diersoorten hiervan kunnen profiteren.
  • Kies geen faunapassage die niet bewezen effectief is.

 

Stap 4: ontwerp en technische uitwerking

  • Gebruik bestaande data van aanrijdlocaties (zie verder lezen).
  • Bepaal het doel van de faunavoorziening: bijvoorbeeld ontsnipperen van leefgebied of foerageergebieden verbinden.
  • Combineer faunapassage met aanleg of bestaand onderhoud aan wegen.
  • Wees proactief: wacht niet tot er verkeersslachtoffers vallen.
  • Leg knelpunten vast in langdurig beheer.

 

Stap 5: Aanleg en uitvoering

  • Zorg ervoor dat de locatie van de faunapassage vastgelegd wordt zodat deze niet 'vergeten' kan worden bij beheer en onderhoud.
  • Houd bij de plaatsing rekening met het benodigde onderhoud voor andere doeleinden zoals slootmaaien en het maaien van vegetatie. Anders kunnen de faunavoorzieningen beschadigd raken. Daarom is het ook zaak dat na onderhoudsrondes de voorzieningen gecheckt worden.

 

Stap 6: Inspectie, onderhoud en monitoring

  • Stel een inspectie- en onderhoudsschema op en zorg ervoor dat dit opgenomen wordt in een aparte of bestaande inspectieronde. Het liefst jaarlijks een onderhoudsinspectie en iedere 3 jaar een inspectie op de technische en functionele kant van de voorziening.
  • Houd er bij maaien en ander beheer rekening mee dat er voldoende dekking moet blijven rond de faunavoorziening.
  • Het moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor inspectie en onderhoud. Hiervoor kunnen eventueel vrijwilligers worden ingeschakeld.
  • Zorg voor monitoring door deskundigen om gebruik en effectiviteit te beoordelen.
  • Zorg ervoor dat de faunavoorzieningen op het meerjarig investeringsprogramma komen te staan zodat ze vervangen kunnen worden. Denk hierbij voor bewegende en draaiende delen aan vervanging na 10 jaar, rasters en loopplanken na 15-20 jaar en buisvoorzieningen na 40 jaar.

 

 

Hoe is dit overzicht tot stand gekomen?

Voor het opstellen van dit overzicht zijn interviews gehouden met een breed scala aan kennishouders op het gebied van faunavoorzieningen voor de otter. Het gaat om deskundigen die zich al vele jaren bezighouden met de ecologie, monitoring en bescherming van otters, en die ruime ervaring hebben met de aanleg, inrichting en het gebruik van faunapassages door deze soort. De inzichten uit deze gesprekken zijn gecombineerd met bestaande kennis uit relevante rapporten, waaronder de Leidraad Faunavoorzieningen van Rijkswaterstaat.

Daarnaast zijn veldbezoeken uitgevoerd om een beter beeld te krijgen van de praktijk, met aandacht voor zowel goed functionerende als minder goed werkende faunapassages in verschillende landschappelijke situaties. Tot slot is het conceptoverzicht voorgelegd aan een aantal wegbeheerders om te toetsen of de informatie aansluit bij hun praktijkervaring en informatiebehoefte. Op basis van hun terugkoppeling is het overzicht waar nodig aangepast en verduidelijkt.

 

Dank aan de volgende kennishouders voor hun waardevolle bijdrage:
  • Hans Bekker - CaLutra
  • Florian Bijmold - Staatsbosbeheer
  • Hans Blom - Stichting Otterstation Nederland
  • Harrie Bosma - CaLutra
  • Ben van Dinther - Provincie Overijssel
  • Gert Ekkelenkamp - Gemeente Steenwijkerland
  • Cindy de Jonge - Provincie Drenthe, CaLutra
  • Addy de Jongh - Stichting Otterstation Nederland
  • Erik Lagerwaard - Provincie Overijssel
  • Florian Landstra - Provincie Fryslân
  • Freek Niewold - Niewold Wildlife Infocentre
  • Johann Prescher - Gemeente Steenwijkerland
  • Jeroen Reinhold - Landschapsbeheer Flevoland, CaLutra
  • Michiel Stas - Agentschap Natuur&Bos Vlaanderen
  • Hendrink Talsma - Provincie Fryslân

 

Contact

Auteurs: Ellen van Norren & Luuk Zwartenkot

Voor vragen en nader advies, neem contact op met: info@zoogdiervereniging.nl