Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Looprichel

Een looprichel is een plank die wordt aangelegd onder een brug of duiker wanneer er geen doorlopende oevers aanwezig zijn. In combinatie met rasters wordt hiermee voorkomen dat otters, die over de oever aan komen lopen, op de weg terecht komen. Een loopplank wordt gebruikt als de brug of duiker dat toelaat om zo de onderbroken oever als het ware door te trekken tot aan de andere kant van de onderdoorgang. Zodra otters de plank eenmaal hebben gevonden, is de ervaring dat ze deze blijven gebruiken.

 

Ligging in landschap

Wanneer een waterweg een weg kruist en er zijn onder de brug geen oevers aanwezig, dan vormt een loopplank de oplossing. Hierbij hebben waterlopen die grote natte gebieden met elkaar verbinden de voorkeur, omdat deze waarschijnlijk het meest door otters gebruikt worden. Bij het bepalen van geschikte locaties kan tevens gebruik worden gemaakt van historische migratieroutes. Het is aan te raden om voor de locatiekeuze een expert te raadplegen.

Standaardontwerp

  • De ideale breedte ligt rond 30–50 cm. De lengte van de loopplank maakt voor een otter niet uit; ook zeer lange loopplanken worden gebruikt.
  • Plaats de loopplank boven het hoogste waterpeil. Er moet minimaal 40 cm ruimte zijn tussen de loopplank en de bovenkant van de duiker.
  • De plank kan met behulp van een beugel aan de wand bevestigd worden.
  • Bij nieuwe duikers kan een geïntegreerde betonnen loopplank direct meegenomen worden in het ontwerp (zie afbeelding). Dit geniet de voorkeur boven hout of kunststof omdat dit verreweg het meest robuust en duurzaam is. Nieuwe duikers dienen overgedimensioneerd te worden zodat er voldoende ruimte is voor een loopplank.
  • Als materiaal kan larikshout worden gebruikt, dit gaat lang mee. Ook gerecycled kunststof en geplastificeerde materialen zijn een optie, maar hierbij kunnen wel microplastics vrijkomen. Ook is plastic minder vorstbestendig.
  • De plank moet voor een otter goed bereikbaar zijn; het is dan ook raadzaam dat deze goed aansluit op de oever. Het gedeelte dat niet overdekt is, is echter het meest kwetsbaar. Daarom kan ervoor gekozen worden om dit onderdeel (gedeeltelijk) van kunststof te maken. Als aansluiting op de oever niet mogelijk is, vormt dat geen groot probleem, aangezien de otter er doorgaans alsnog op zal springen. Aansluiting aan de oever heeft echter wel de voorkeur, ook voor medegebruik door andere soorten.
  • Er kan voor worden gekozen om meerdere planken van 10 cm naast elkaar aan te leggen, zodat afzonderlijke planken makkelijk vervangen kunnen worden.

Agentschap Natuur & Bos realiseerde in het kader van Interreg Otter over de grens met financiële steun van WWF België een standaardbestek Loopplank en een alternatief bestek.

Geïntegreerde betonnen looprichel. Foto: Hans Blom

Aandachtspunten

  • Het is belangrijk dat er begeleidende rasters worden geplaatst zodat de otter gedwongen wordt om de loopplank te gebruiken. Voor de lengte van het raster kan worden uitgegaan van minimaal 50 meter, en minder wanneer uit overleg met deskundigen blijkt dat dit de effectiviteit niet benadeelt. Voor meer informatie over rasters, klik hier.
  • Afhankelijk van de lokale situatie kan het de voorkeur hebben om de rasters langs de waterloop of juist langs de weg te plaatsen. Indien mogelijk hebben rasters aan weerszijden van de waterloop de voorkeur.
  • Indien de weg zich hoog boven de waterloop bevindt zijn rasters niet altijd noodzakelijk. Dit is echter in het grootste deel van Nederland niet het geval.
  • Zorg in het geval van dichte oevervegetatie (bijvoorbeeld riet) ervoor dat er een wildpaadje (wissel) richting de loopplank loopt.
  • Om te voorkomen dat er veel plantmateriaal ophoopt bij de plank, moet de plank zo min mogelijk in contact staan met het water.
  • Het is van belang dat de duiker voldoende groot is zodat de aanleg van een loopplank geen probleem vormt voor de afwatering. Ook hierom is het wenselijk dat de loopplank vanaf het begin in het ontwerp van een duiker worden meegenomen. Als er niet genoeg ruimte is voor een loopplank, is een faunabuis of alleen een raster een mogelijk alternatief.
  • Houd rekening met sterk fluctuerende waterstanden. Liever een wat hogere loopplank dan te laag.
  • Goed onderhoud is cruciaal. Het is belangrijk om inspectie van faunavoorzieningen op te nemen in bestaande rondes, of om een aparte inspectieronde in te richten voor de verschillende faunavoorzieningen. Voor meer informatie over inspectie en onderhoud, zie Leidraad faunavoorzieningen.
  • Plaats na de installatie een wildcamera om het gebruik van de loopplank te monitoren. Het kan helpen om bij het ontwerp al rekening te houden met een constructie waaraan de wildcamera bevestigd kan worden.
Foto: Harrie Bosma

Variaties

 1.Looprichel schuin aflopend het water in

Hiervoor kan worden gekozen als het aansluiten van een loopplank op de oever lastig of niet wenselijk is (vanwege bijvoorbeeld vandalisme). 

Foto: Jeroen Reinhold

2.Drijvende otterplank

Een drijvende otterplank komt niet onder water te staan, ook bij wisselende waterstanden. Deze kan begeleid worden met palen, zodat deze stabiel blijft liggen. De plank kan eventueel ook aan het plafond worden opgehangen. Dit is vooral handig op plekken waar een vaste otterplank regelmatig onder water zou komen te staan.

Foto: Harrie Bosma