Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Kleine faunatunnel / faunabuis

Met een kleine faunatunnel of faunabuis kan relatief eenvoudig een verbinding onder een weg worden gerealiseerd. Een goede afrastering is daarbij noodzakelijk, zodat de otter de weg niet op gaat en richting de buis wordt geleid. Ervaring leert dat zodra otters eenmaal gebruik hebben gemaakt van een buis, ze deze vervolgens blijven gebruiken. Soms wel meerdere keren per dag.

Foto: Harrie Bosma

Ligging in landschap

Een kleine faunatunnel wordt bij voorkeur geplaatst op het smalste punt tussen twee watergangen, idealiter bij brede watergangen, omdat deze over het algemeen vaker door otters worden gebruikt. De locatie kan ook een markante plek zijn die de otter duidelijk als route gebruikt. Het vinden van otteruitwerpselen (otterspraint) vormt daarbij een goed uitgangspunt. Hiervoor kan ook gebruik worden gemaakt van historische migratieroutes. Het is aan te raden om bij de locatiekeuze een expert in te schakelen. 

Foto: Johann Prescher

Faunatunnels in gebruik

Standaardontwerp

  • Een kleine faunatunnel kan zowel rechthoekig als rond zijn; mogelijk heeft rechthoekig de voorkeur voor amfibieën. Een ronde buis is over het algemeen goedkoper, omdat deze onder een weg door geperst kan worden waardoor de weg niet open hoeft te worden gebroken.
  • De doorsnede moet minimaal 30 cm zijn. Voor gebruik door andere soorten (e.g. bever) is een doorsnede van 40 cm of nog groter nodig. Indien het gewenst of juist ongewenst is dat bevers de tunnel gebruiken, kan hier rekening mee worden gehouden.
  • De lengte van de buis maakt voor een otter niet uit, de otter hoeft niet het uiteinde van de tunnel te kunnen zien. Uit praktijkervaring blijkt dat buizen van meer dan 70 meter worden gebruikt door otters. Dit betekent ook dat er bochten in de buis mogen zitten en dat lichtputten niet nodig zijn.
  • De tunnel moet zodanig worden aangelegd dat water er gemakkelijk uit kan lopen. Hiervoor kan de buis in een lichte helling van 1–2 graden worden geplaatst. Een grindkoffer kan worden aangebracht: een doorlaatbare bak waarin grind is gestort zodat regenwater makkelijk kan filtreren. Ook kan een klokpomp of pompruimte worden geplaatst om water uit de buis te pompen.
  • Inspectieputten kunnen worden aangelegd zodat de buis gemakkelijker gecontroleerd kan worden op waterophoping.
  • De ingangen van de buis kunnen met een kleine verhoging en een stukje overstek worden geplaatst, om te voorkomen dat regenwater de buis in komt. Een plankje kan worden geplaatst om de buis toegankelijk te houden voor amfibieën. Om het gebruik te bevorderen moet de buis echter zoveel mogelijk aangesloten zijn op de bodem buiten de tunnel.
  • De ingangen van de tunnel moeten boven het hoogste waterpeil liggen. Er zijn meerdere alternatieve oplossingen bij een te hoog waterpeil, zie hiervoor variaties.
  • De buis loopt bij voorkeur door tot aan de oever.
  • Het is van groot belang dat de lasnaden goed afgesloten zijn zodat deze geen water doorlaten. Als er veel water in de buis staat zal deze minder of niet door otters gebruikt worden.

Agentschap Natuur & Bos realiseerde in het kader van Interreg Otter over de grens met financiële steun van WWF België een standaardbestek faunabuis.

Foto: Harrie Bosma

Aandachtspunten

  • Het is belangrijk dat er begeleidende rasters worden geplaatst zodat de otter gedwongen wordt om de tunnel te gebruiken. Of de rasters langs de waterloop of juist langs de weg moeten worden geplaatst is afhankelijk van de lokale situatie. Indien mogelijk hebben rasters aan weerszijden van de waterloop de voorkeur. Voor de lengte van het raster kan worden uitgegaan van minimaal 50 meter, en minder wanneer uit overleg met deskundigen blijkt dat dit de effectiviteit niet benadeelt. Voor meer informatie over rasters, klik hier.
  • Het aantal faunatunnels dat bij een bepaalde weg moet worden aangelegd is afhankelijk van de landschappelijke situatie.
  • Het raster dient goed aangesloten te zijn op landschappelijke elementen. Zorg voor voldoende vegetatie rond de faunavoorziening om het gebruik ervan aantrekkelijker te maken. Het moet echter niet helemaal dichtgroeien. Voor otter en andere dieren dient er een klein paadje te blijven. Frequent maaien mag, maar er moet voldoende dekking blijven richting de faunabuis.
  • In de berm liggen vaak nutsvoorzieningen waar de tunnel onderdoor kan worden gelegd (zie variaties).
  • Om te voorkomen dat de loopplank toegankelijk is voor mensen, kunnen er hekken worden geplaatst of kan er dekking worden gecreëerd door middel van doornstruiken. Zorg er echter wel voor dat de faunatunnel goed toegankelijk blijft voor inspecties.
  • Goed onderhoud is cruciaal. Het is belangrijk om inspectie van faunavoorzieningen op te nemen in bestaande rondes, of om een aparte inspectieronde in te richten voor de verschillende faunavoorzieningen. Een camera kan eventueel door de faunabuis worden gehaald om te checken of deze vrij van obstakels is. Voor meer informatie over inspectie en onderhoud, zie Leidraad faunavoorzieningen.
  • Plaats na de installatie een cameraval om het gebruik van de faunatunnel te monitoren. Het kan helpen om bij het ontwerp al rekening te houden met een constructie waaraan de wildcamera met kabelslot bevestigd kan worden. Door plaatsing van cameravallen dient de doorgang niet versperd te worden. hierbij wordt bij voorkeur een deskundige betrokken.
Otters en andere dieren kunnen een faunabuis als dagrustplaats gebruiken. Foto: Harrie Bosma

Variaties

De volgende variaties kunnen worden toegepast bij ruimtegebrek of een hoge waterstand. Daarbij is soms wat creativiteit nodig. Let er wel op dat het pad richting de voorziening altijd voldoende aantrekkelijk wordt gemaakt voor de otter m.b.v. vegetatie die zorgt voor voldoende dekking. 

1. Faunabuis met T-splitsing bij uitgang

Hiervoor kan worden gekozen als de ruimte in de berm beperkt is (zie foto). Het is hierbij van belang dat de ingangen dicht tegen het raster aan zitten, zodat de otter via het raster de buis in wordt geleid. Deze specifieke voorziening zou echter wel meer dekking kunnen gebruiken.

Foto: Luuk Zwartenkot

2. Verkeersdrempel met faunabuis

Dit is een alternatief als ingraven van een faunabuis geen optie is. De buis wordt bovenop de weg gelegd, en wordt onderdeel van een verkeersdrempel. 

Foto: Robbert Schepers

3. Sifon constructie

Hiermee kan een faunabuis in bijvoorbeeld een dijk worden aangelegd, zonder dat deze bij een hoog waterpeil volloopt. 

Afbeelding: Stichting Otterstation Nederland.

4. Afsluitbare faunabuis.

Bij een uitzonderlijk hoog waterpeil kan een buis handmatig of op afstand waterdicht worden gesloten. 

Foto: Harrie Bosma

5. Faunabuis met poldertje

Rond de ingang van de buis kan een een poldertje met een klein dijkje worden aangelegd, zodat de buis droog blijft bij een hoge waterstand. 

Foto: Johann Prescher