Biodiversiteit onderzoeken, onderwijzen en vooral effect sorteren

Wanneer de nachtegaal terugkeert op de campus, weet Merel Soons dat de biodiversiteitsstrategie van de Universiteit Utrecht effect heeft. “Deze vogel komt in de omgeving nog wel voor, maar is al jaren niet meer gehoord op het Utrecht Science Park”, zegt Merel, die als hoogleraar ecologie, biodiversiteit & natuurbescherming nauw betrokken is bij de biodiversiteitsstrategie van de Universiteit Utrecht. “We hebben al extra ruigte gecreëerd. Daar houden nachtegalen en andere struweelvogels van. Dus hopelijk volgt de nachtegaal snel.”

 

Het Utrecht Science Park, zoals de campus heet, is ruim 300 hectare groot en bestaat uit bebouwde en groene ruimte. Zo heeft de faculteit diergeneeskunde een eigen boerderij compleet met landerijen. “De Universiteit Utrecht is naast een onderzoeks- en onderwijsinstelling ook een bestuurlijke organisatie en beheerder van dit gebied”, zegt Merel. “Biodiversiteit is van oudsher sterk ontwikkeld in ons onderzoek en curriculum, maar onze bedrijfsvoering was hierbij beperkt aangehaakt. Dat is nu goed georganiseerd met een programmamanager die dit coördineert en advies krijgt van een Biodiversiteitsraad met vier hoogleraren uit diverse disciplines. De universiteit wilde deze gecoördineerde aanpak eerst organiseren, voordat we partner werden van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.”

 

Een groene campus

Het engagement met biodiversiteit in de bedrijfsvoering is vastgelegd in de biodiversiteitsstrategie van de universiteit. Deze rust volgens Merel op drie pijlers: “Of het gaat om het aanbod in onze kantines of de materialen die we gebruiken, waar mogelijk willen we onze voetafdruk op biodiversiteit verkleinen. Ten tweede vergroenen we onze campus om de biodiversiteit te verbeteren. Als nulmeting voor planten hebben we de vegetatie van alle weilanden, bermen, heggen, struiken, houtwallen en andere landschapselementen in kaart gebracht. De aanwezigheid van diersoorten registreert een extern bureau elke drie jaar met een natuurwaardekaart.”

 

Van onderzoek naar impact

Het stoorde Merel enorm dat zowel op het Utrecht Science Park, als in Nederland en wereldwijd de biodiversiteit achteruit is gegaan in de afgelopen decennia. “In die jaren is er overal zoveel onderzoek gedaan naar biodiversiteit. Zelf ben ik daar al ruim 20 jaar bij betrokken. Maar hoe vindt al dit onderzoek zijn weg naar de praktijk? Daarom blijf ik erop hameren dat we biodiversiteit en ecologie niet alleen moeten onderzoeken en onderwijzen, maar dat we ervoor zorgen dat onze inspanningen ook effect gaan opleveren.” Daarover gaat de derde pijler van de biodiversiteitsstrategie: impact vergroten, met name impact op kennis en draagvlak. “Biologen, dierenartsen, erfbetreders, juristen, beleidsadviseurs… we leiden brede groepen studenten op die we goed willen informeren over biodiversiteit.”

 

Living Lab

De Universiteit Utrecht wil actief bijdragen aan biodiversiteitsherstel, vandaar dat ze partner is geworden met een concreet commitment. “Samen met andere betrokken partijen rondom Utrecht Science Park zoals Utrecht en omliggende gemeentes, het Waterschap, de provincie, Staatsbosbeheer en het Utrechts Landschap, hebben we een visie opgesteld over hoe het groene gebied eruit moet zien en hoe we de impact op biodiversiteit meten”, zegt Merel. “Hoewel vertraagd vanwege corona, zullen we deze visie gebruiken als basis voor een Living Lab dat we met deze gebiedspartners in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gaan opzetten.”

 

Gidssoorten

Dit visiedocument dient ook als leidraad bij de activiteit om in Utrecht Science Park de biodiversiteit te herstellen. Hier is de universiteit concreet aan de slag gegaan, aldus Merel. “We doen aan ecologisch bermbeheer, hebben een eco-ploeg gekocht en betrekken medewerkers actief bij biodiversiteitsprojecten. Ook hebben we een lijst opgesteld met 20 gidssoorten van planten en dieren waarvan we de ontwikkeling monitoren. Deze soorten geven een indicatie van de kwaliteit van de leefomgeving voor zichzelf en andere soorten. Ook zijn het soorten waarvan de aanwezigheid of terugkeer iets zegt over de gebiedseigen waarden. Zoals de nachtegaal en de blauwborst, een prachtige rietvogel die hier hopelijk snel terugkeert.”