Nieuwjaarscafé: biodiversiteit verdient financieel en maatschappelijk draagvlak

Biodiversiteit leeft! Met bijna 300 deelnemers was het online Nieuwjaarscafé op 20 januari j.l. van de Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel drukbezocht. Bijna twee derde van de Nederlanders heeft echter geen idee wat biodiversiteit betekent, blijkt uit een onderzoek dat het Deltaplan in het najaar van 2020 uitvoerde. “Als je het vervolgens uitlegt, erkent de grote meerderheid het belang van biodiversiteit en wil ook zelf een steentje bijdragen”, zegt Louise Vet, voorzitter stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. “Dat onderstreept het belang van onze campagne ‘Maak Grijs Groener’.”

 


Bekijk hier de opname van het Nieuwjaarscafé

 

Tijdens het Nieuwjaarscafé lichtte Vet de ambities voor 2021 van Deltaplan toe, en sprak ze met vier andere panelleden over belangrijke thema’s als het verbeteren van het publieke draagvlak voor biodiversiteitsherstel en mogelijkheden om voor boeren en tuinders - een belangrijke groep landschapsbeheerders – verdienmodellen te creëren die het voor hen mogelijk maken om maatregelen te nemen voor biodiversiteitsherstel.

 

Biodiverse maatregelen vergoeden

“Er hangt veel af van de boeren, maar velen van hen zitten gevangen in een bedrijfsmodel van het voortdurend vergroten van de productie en het verlagen van de kosten”, zegt Vet. “Andere modellen zijn nodig zodat boeren een adequate vergoeding krijgen voor een bedrijfsvoering die biodiversiteit bevordert. Het Deltaplan agendeert dit bij zowel het bedrijfsleven als publieke partijen, waardoor stapeling van beloningen voor biodivers ondernemen mogelijk wordt

 

Ontsnippering

“Bij ons zijn zo’n 200 mensen gericht met biodiversiteit bezig en jaarlijks besteden we 135 miljoen euro aan projecten waarbij biodiversiteitsherstel belangrijk is”, zegt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. “Biodiversiteit ligt besloten in onze hoofdopdracht die betrekking heeft op wegen, waterwegen en grote watersystemen. We beheren veel land en zien daarom voor onszelf een belangrijke rol bij het versterken van biodiversiteit. Het project Ruimte voor de rivier en aandacht voor ontsnippering door het verbinden van leefgebieden zijn prachtige voorbeelden. Als je ziet welke invloed ecoducten hebben op de salamanderpopulatie, dat is ongekend.”

 

Bestuurlijk ontsnipperen

Daar is Dirk Bruins, bestuurslid bij LTO Nederland en melkveehouder in Dwingeloo, het helemaal mee eens. Maar volgens hem mag het politieke en bestuurlijke landschap ook ontsnipperen. “Nog steeds volgt iedereen de eigen agenda en prioriteiten. Gezamenlijk optrekken en verantwoordelijkheid nemen is juist belangrijk. Biodiversiteit is ook boerenbelang, want alleen op een gezonde bodem kunnen grondgebonden boeren blijven bestaan. En tuinders kunnen niet zonder natuurlijke processen zoals bestuiving. Het project ‘1001 hectare kruidenrijk grasland’ dat LTO samen met Urgenda uitvoert, is een goed voorbeeld van samenwerking voor gemeenschappelijke doelen op basis van wederzijds vertrouwen. Pas dan kun je stappen zetten.”

 

Sturen en monitoren

“Biodiversiteit herstel je niet alleen op het individuele boerenerf, maar door samenwerking in een gebiedsaanpak”, zegt Ruud Tijssens, directeur Public & Cooperative Affairs bij Agrifirm. “Wij begeleiden boeren met geïntegreerd gewasbeheer, precisiebestrijding en andere initiatieven voor gezonde en weerbare gewassen en bodems. Verder is de samenwerking met andere organisaties belangrijk, met name in het creëren van een verdienmodel. We moeten allen één taal spreken en het eens zijn over de definitie van biodiversiteit en de manier om inspanningen voor biodiversiteitsherstel te sturen en te monitoren. Daarvoor is de Biodiversiteitsmonitor voor de melkveehouderij ontwikkeld, en binnenkort volgt de versie voor de akkerbouw. Dat moet de standaard zijn waarlangs iedereen de discussie voert.

 

Biodiversiteitsherstel

Johan Osinga, Directeur-Generaal Natuur, Visserij en Landelijk Gebied bij het ministerie van LNV, wijst op de prioriteiten voor LNV. “Op natuurherstel zetten we belangrijke stappen, zoals in het programma voor de veenweidegebieden. Verder hebben we een bossenstrategie gepresenteerd die voorziet in revitalisatie van bestaande bossen, compensatie van verdwenen bos en duurzaam houtgebruik. Biodiversiteitsherstel in de openbare ruimte is een derde prioriteit. Het verheugt me dat steeds meer wethouders daarover willen praten. Daarnaast is ‘green accounting’ belangrijk, waarbij biodiversiteit onderdeel is van de manier waarop bedrijven worden beoordeeld en afgerekend. Verder is het belangrijk dat alle spelers betrokken worden. Wat dit betreft is het Nationaal Programma Landelijk Gebied dat alle gebiedsfuncties in een gezamenlijke aanpak verenigt, een prima ontwikkeling. Tenslotte is de transitie van de landbouw naar natuurinclusief en circulair een belangrijke prioriteit voor LNV. Om dit mogelijk te maken moet hiervoor een adequaat verdienmodel voor de boeren ontwikkeld worden.”

 

Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Aan de orde kwam of het Nationaal Strategisch Plan voor de Nederlandse invulling van Europese landbouwregels nog aanknopingspunten biedt voor een verdienmodel voor boeren die biodiversiteit bevorderen? “Dat moet nog blijken, maar het is wel onderwerp van gesprek”, zegt Bruins. “Met het ministerie, met RVO en andere partners bespreken we hoe je dit inricht. Dan moet je het ook hebben over een objectief beeld van de landschapselementen die biodiversiteit ondersteunen. Daarover moet geen twijfel bestaan, want we willen duidelijk maken dat eventuele vergoedingen die boeren ontvangen ook daadwerkelijk aan maatregelen ter bevordering van biodiversiteit worden besteed. Dat publiek geld goed wordt besteed moet helder zijn. Dit onderstreept volgens Tijssens het belang van overeenstemming over de definities en de criteria voor biodiversiteitsmonitoring zoals eerder gesteld. Als je het eens bent waarop je wel en niet stuurt, is er de mogelijkheid om beloningen te stapelen voor biodiverse maatregelen.

 

Biodiversiteit in de praktijk

De vraag werd gesteld of de route naar biodiversiteitsherstel niet te langzaam gaat. “Het opnemen van allerlei biodiverse landschapselementen in de diverse plannen en projecten van de overheid en andere partijen is complex en tijdrovend”, beaamt Vet. “Maar het is de enige manier, dus moeten we het oppakken en ondersteunen. Bijvoorbeeld door een reallocatiefonds op te zetten die boeren helpt in de transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw.” “Tijssens voegt toe. “Dat is iets anders dan een staand verdienmodel. Als je overstapt op agroforestry duurt het zes jaar voordat je dat kunt exploiteren.” “Wij zijn hierover met de banken en andere financiële instellingen in gesprek”, zegt Osinga. “Dat is complex maar daar ligt wel de sleutel. Als boeren een minder productieve werkwijze aannemen die goed is voor de biodiversiteit, moeten ze dan het volle pond voor de grond blijven betalen? Dat vereist een systeemverandering en dat kost tijd.” “LTO is bereid stappen te zetten, maar de snelheid hangt af van het verdienmodel voor boeren en tuinders” zegt Bruins. “Die bossenstrategie is prima en we leggen graag houtwallen aan, maar in de praktijk worden de percelen gemeten op basis van luchtopnames. Overhangende takken en schaduwpartijen zorgen ervoor dat land te klein wordt bemeten, waardoor de grondgebonden boer minder mest mag uitrijden en minder dieren mag houden. Alleen met snoeien kun je dat voorkomen, maar dat is niet goed voor de biodiversiteit. Een ander praktijkvoorbeeld is het schoon houden van sloten. Niet goed voor de biodiversiteit maar wel nodig voor afvoer van regenwater. Zolang stedelijke gebieden de verstening niet aanpakken, kan daar het water de grond niet in.”

 

Maatschappelijk draagvlak

Niet alleen op het platteland, maar ook in de stad zijn maatregelen nodig. Daarbij hoort ook maatschappelijk draagvlak. “Dat creëer je door mensen te tonen welk effect biodiversiteit heeft op hun leven”, zegt Blom. “Ik ben optimistisch”, aldus Tijssens. “In de jaren 80 van de vorige eeuw hoorde je niemand over biodiversiteit en nu is het volop in de belangstelling. Richting de burger moeten we wel nog een slag maken, vandaar dat Maak Grijs Groener een belangrijke campagne is. Draagvlak is ook nodig om de burger over te halen om voor biodiverse producten meer te betalen.”

 

Onderwijs en financiën

Kennis en draagvlak creëren begint in het onderwijs, stelt Osinga. “Vanaf de basisschool, via het middelbaar onderwijs tot en met de vervolgopleidingen en groene onderwijsrichtingen is dit uiterst belangrijk. Biodiversiteit heeft hetzelfde belang als het klimaat. We moeten mensen het besef bijbrengen dat het hier om twee kanten van dezelfde medaille gaat.” “Dat geldt ook voor de financiële sector”, voegt Vet toe. “Biodiversiteitsherstel is moeilijker te meten dan het aantal kilo’s CO2 dat je reduceert. De Europese Centrale Bank roept banken, verzekeraars en pensioenfondsen op om samen op te treden tegen biodiversiteitsverlies door milieuvervuiling. Ben je als bedrijf verantwoordelijk voor schade aan biodiversiteit? Dan keren investeerders zich van je af. Die kant moet het op. Naast een sustainability index hebben we ook een biodiversity index nodig. Voor dit jaar gaan we in elk geval volop aan de slag met alle betrokken partijen om samen grijs groener te maken. Vanaf maart 2021 zullen we een tool voor biodiversiteitsherstel met allerlei initiatieven nadrukkelijk onder ieders aandacht brengen. Aan allen de oproep om deze tool te vullen met allerlei projecten – klein en groot – die ons helpen om biodiversiteitsverlies om te buigen in herstel.”
 

Geef jouw actie of project door*
*Het gaat om acties en projecten waarbij burgers kunnen aansluiten.