Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Stap 1 - In kaart brengen van het gebied

Hier vind je meer informatie over de eerste stap om aan Basiskwaliteit Natuur te werken: het in kaart brengen van de huidige situatie van jouw gebied én waar je naartoe wil werken.

Concreet gaat het om het beantwoorden van drie vragen:

  1. In welk landschapstype bevindt mijn gebied zich?
  2. Wat is de mate van verstedelijking in mijn gebied?
  3. Hoe is het gesteld met de condities en algemene soorten in mijn gebied?

De condities die de Basiskwaliteit Natuur in een gebied bepalen, horen bij het ‘natuurlijke’ landschapstype dat daar van oorsprong voorkwam, gedefinieerd door: 

  • De inrichting van het landschap, bijvoorbeeld de aanwezigheid van lage & middelhoge vegetatie.
  • De abiotiek van het gebied, bijvoorbeeld het nutriëntengehalte in het water en de bodem.
  • Het beheer van het gebied, bijvoorbeeld het oppervlak bodem met dood organisch materiaal. 

De bebouwde landschapstypes

Voor de BasisKwaliteit Natuur in het stedelijk gebied is een algemene landschapsindeling opgesteld. Deze bestaat uit 6 typische Nederlandse landschappen waarin het Nederlands bebouwd gebied zich bevindt, en is gebaseerd op de Fysisch-Geografische Regio's. Ieder landschapstype heeft een kenmerkend bodemtype, reliëf en waterhuishouding. De algemene condities die nodig zijn, en de planten- en diersoorten die er voorkomen verschillen daarom per landschapstype. 

 

 Landschapstype 

Toelichting

 Zeekleilandschap

 Het zeekleilandschap komt voor in grote delen van het laagland van Noord- en West-Nederland en bestaat uit zware, vaak kalkrijke klei met een hoge pH en sterke buffercapaciteit. De openheid van het landschap, de aanwezigheid van waterstructuren en de kalkrijke bodem zijn bepalend voor de gebiedseigen vegetatie.

 Veenlandschap

 Het veenlandschap ligt in laaggelegen delen van Nederland en bestaat uit natte, organische bodems die gevoelig zijn voor verdroging en sterk verweven zijn met water. De vegetatie is aangepast aan natte, voedselrijke omstandigheden en bestaat onder andere uit moerassen, moerasbossen en natte kruidenrijke graslanden.

 Rivierenlandschap

 Het rivierenlandschap ligt langs de grote rivieren en wordt gekenmerkt door rivierafzettingen van klei, zand en grind die overwegend kalkhoudend en nutriëntenrijk zijn. Binnen bebouwde gebieden kan de variatie in bodemtypes en hoogte- en vochtgradiënten worden benut voor verschillende gebiedseigen vegetatietypen.

 Zandlandschap  

 Het zandlandschap komt vooral voor in het oosten van Nederland en kent een grote variatie van natte beekdalen tot droge heidevelden en stuifzanden. De bodem heeft vaak een lage voedingswaarde en buffercapaciteit, wat leidt tot schrale en zure vegetaties.

Duin- en kustlandschap

Het duin- en kustlandschap ligt langs de Nederlandse kust en wordt beïnvloed door zee en wind, met sterke gradiënten in zout, kalk en dynamiek. Van de buitenduinen tot de binnenduinrand ontstaan verschillende leefgemeenschappen door afnemende dynamiek en toenemende bodemopbouw.

Lösslandschap

Het lösslandschap komt voornamelijk voor in Zuid-Limburg en bestaat uit fijn, leemachtig materiaal op kalkrijke krijt- en mergelondergronden. De dikte van de lösslaag, het reliëf en het onderliggende gesteente bepalen de abiotiek van de bodem en het lokale microklimaat.

De mate van verstedelijking

Wat is nu eigenlijk precies het bebouwd gebied? Om duidelijk te definiëren waar het bebouwd gebied in Nederland ligt, is er gekozen voor een heldere afbakening tussen het bebouwd gebied en het landelijk gebied. Hiervoor worden de geadviseerde bebouwde kommen van Top10NL gehanteerd, omdat deze de feitelijke begrenzing van de bebouwing strak aanhoudt en groene delen binnen de bebouwde kom ook meeneemt.

Daarnaast is er een mate van verstedelijking toegekend. Dit heeft namelijk invloed op de algemene soorten en condities die er thuishoren. De mate van verstedelijking is toegekend op basis van de omgevingsadressendichtheid (OAD). Het hoogstedelijk gebied heeft een OAD > 1500, en het laagstedelijk gebied een OAD <1500.

De condities in kaart

Hieronder vind je de 24 condities voor Basiskwaliteit Natuur. Deze zijn uitgewerkt als conditiefiches in het rapport Basiskwaliteit Natuur in de bebouwde omgeving

 

toggle
  • Onverhard oppervlakte
  • Aanwezigheid van water
  • Aanwezigheid van lage vegetatie
  • Aanwezigheid van middelhoge vegetatie
  • Aanwezigheid van boomkroonvolume
  • Aanwezigheid van ruimte achter gevels en daken
  • Gebiedseigen bodem (werkinstructie beschikbaar)
  • Aandeel natuurvriendelijke oevers
  • Aanwezigheid van poelen
  • Ecologische relevantie en diversiteit
  • Aandeel oude bomen
  • Connectiviteit (werkinstructie beschikbaar) - zie ook de toolbox ecologisch-verbinden
  • Waterhuishouding
download asset
Werkinstructie Basiskwaliteit Natuur Conditie Connectiviteit (2025, pdf: 1.4 MB) PDF - 1.31 MB
download asset
Werkinstructie Basiskwaliteit Natuur Conditie Gebiedseigen Bodem (2025, pdf: 1.4 MB) PDF - 1.83 MB
toggle
  • Nutriëntenghehalte in de bodem
  • Bodemverontreinigingen
  • Zuurgraad en buffercapaciteit
  • Helderheid van water 
  • Nutriëntengehalte in het water
  • waterverontreiniging
  • Mate van donkerte (werkinstructie beschikbaar)
  • Mate van stilte
download asset
Werkinstructie Basiskwaliteit Natuur Conditie Donkerte (2025, pdf: 1.0 MB) PDF - 991.6 KB
toggle
  • Ecologisch beheer (werkinstructie beschikbaar)
  • Oppervlak bodem met dood organisch materiaal
  • Ruimte voor natuurlijke vestiging en ontwikkeling
download asset
Werkinstructie Basiskwaliteit Natuur Conditie Ecologisch Beheer (2025, pdf: 1.2 MB) PDF - 1.16 MB

De algemene soorten

Het voorkomen van bepaalde soorten kan gezien worden als indicator voor hoe het gaat met de condities van een gebied. Experts van SoortenNL hebben lijsten van indicatorsoorten (pdf: 1.5 MB) voor Basiskwaliteit Natuur opgesteld.

Deze indicatorsoorten kunnen worden gebruikt om enerzijds te zien wat de huidige status is van de Basiskwaliteit Natuur, maar ook om te monitoren of je maatregelen het gewenste effect hebben: het toenemen van algemene soorten.