Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Stap 4 - Monitoren, evalueren en bijsturen

Hier vind je meer informatie over de vierde stap om aan Basiskwaliteit Natuur te werken: heeft jouw inzet voor BKN wel het gewenste effect? Hiervoor moet je twee vragen beantwoorden:

  • Zie ik verbetering in de condities van mijn gebied?

Het verbeteren van de condities dient als basis van natuurherstel. Wanneer de condities in je gebied voldoen aan de randvoorwaarden voor BKN, dan is de basis voor Basiskwaliteit Natuur goed!

  • Zie ik verbetering in de aantallen en diversiteit van algemene soorten?

Het meten van aantallen en diversiteit aan algemene soorten dient als verificatie dat aan Basiskwaliteit Natuur is voldaan.

Het beantwoorden van deze vragen kan aan de hand van monitoring. Zowel monitoring van de condities (bijvoorbeeld het meten van de waterkwaliteit en de aanwezigheid van landschapselementen) als het monitoren van de algemene soorten in jouw gebied. 

Samen bepalen ze of het gewenste effect van je inzet is bereikt. Let hierbij op dat deze twee vragen niet los staan van elkaar. De condities in een gebied kunnen namelijk verbeterd zijn, maar de aantallen en diversiteit aan soorten niet. Heb dan nog even geduld, natuurherstel kost namelijk tijd! Anderzijds kunnen de aantallen en diversiteit aan soorten in orde zijn, maar de condities niet. De basis is dan niet goed, en de soorten zullen verdwijnen.

Monitoren

Hieronder staan bronnen die je kunnen helpen bij het monitoren van soorten en condities. 

toggle

De tools en kaarten die je kunt gebruiken om de condities te monitoren zijn in principe hetzelfde als degene die je gebruikt om je condities in kaart te brengen. Deze staan beschreven bij stap 1 'In kaart brengen van het gebied'. 

Daarnaast is het wel belangrijk om ook in het veld metingen uit te voeren. Denk aan grondboringen of het meten van de helderheid van het water. 

 

toggle

SoortenNL heeft een rapport en een soortenlijst opgesteld voor Basiskwaliteit Natuur. Dit zijn algemene soorten die indicatief zijn voor een bepaald landschapstype. Belangrijke punten voor het monitoren van soorten zijn:

  • Probeer tijdens het monitoren te focussen op algemene soorten die makkelijk te herkennen zijn en waar al veel over bekend is, zoals vogels, vaatplanten, dagvlinders, libellen, amfibieën, vissen en zoogdieren.
  • Benut de expertise en inzet van lokale groepen en vele vrijwilligers voor de monitoring van soortgroepen waarvoor specialistische kennis nodig is, zoals voor bijen, korstmossen en paddenstoelen.
  • Zorg ervoor dat de geselecteerde soorten indicatief zijn voor belangrijke condities en drukfactoren in het landschap (bij voorkeur meerdere soorten voor elk type biotoop en drukfactor).

Voor vogels is al veel bekend over welke soorten horen bij Basiskwaliteit Natuur en voor welke landschappen zij indicatief zijn. Voor meer informatie kan het boek 'Nederlandse vogels in hun domein' worden geraadpleegd. 

Monitoren door vrijwilligers

Vrijwilligers zijn cruciaal bij het monitoren. Daarom hebben verschillende vrijwilligersorganisaties de handen ineengeslagen om een app te ontwikkelen over Basiskwaliteit Natuur speciaal voor vrijwilligers: De Soortenkijker. Deze app werd in het voorjaar van 2025 gelanceerd en kan worden gebruikt om de algemene soorten te monitoren.

› Meer lezen over De Soortenkijker

Evalueren en bijsturen

De uitkomsten van de monitoring laten zien of je maatregelen het gewenste effect hebben gehad. Gaat het beter met de condities en algemene soorten? Waarschijnlijk is dit een proces van 'doen-leren-beter-doen'. Dus het kan zijn dat je je maatregelen toch iets moet bijsturen, of misschien nog een samenwerking met een agrarier nodig hebt. Vergeet ook vooral niet te communiceren over je inzet en uitkomsten, dan kunnen ook anderen hier weer van leren.