Overslaan naar hoofdinhoud
zoeken
zoeken

Terugblik: Community of Practice Aanvalsplan Landschap in de Noardlike Fryske Walden

Op 25 juni 2026 kwam de Community of Practice Groenblauwe Dooradering van het Aanvalsplan Landschap bijeen in de Noardlike Fryske Wâlden. Op het bedrijf van melkveehouder Pier Jan Boersma ontmoetten beleidsmakers, uitvoerders, projectleiders, agrarische collectieven, landschapsorganisaties en andere betrokken partijen elkaar om ervaringen uit te wisselen en te verkennen hoe de aanleg van groenblauwe dooradering verder kan worden opgeschaald. 
 

De bijeenkomst werd georganiseerd in samenwerking met BoerenNatuur Fryslân, Landschapsbeheer Friesland en de Provincie Fryslân. Centraal stond hoe de ambitie om 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied te realiseren niet alleen bijdraagt aan een toekomstbestendig landschap, maar ook samenwerking tussen verschillende partijen stimuleert 

 

Groenblauwe dooradering: ervaringen uit Fryslân 

De middag begon met een aantal presentaties over de ontwikkelingen in Fryslân.  

Anne Jansma (BoerenNatuur Fryslân) liet zien dat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in de provincie steeds populairder wordt. Inmiddels doet ongeveer de helft van de Friese agrariërs mee aan het ANLb. Daardoor worden ook steeds meer landschapselementen aangelegd. Opvallend is volgens Jansma dat veel nieuwe deelnemers worden bereikt via mond-tot-mondreclame. Boeren horen positieve ervaringen van collega's en buren en raken daardoor gemotiveerd om zelf ook aan de slag te gaan. Tegelijkertijd benadrukte zij dat naast intrinsieke motivatie ook een passende beheervergoeding nodig blijft. Enthousiasme is belangrijk, maar het is ook belangrijk om deelnemers voldoende financieel perspectief te bieden om het beheer langdurig voort te zetten. 

  

 

Groenblauwe dooradering als drager van het landschap 

Greetje Mast (Landschapsbeheer Friesland) vertelde hoe groenblauwe dooradering vanuit haar organisatie wordt gezien als een belangrijke drager van een vitaal landschap. Tegelijkertijd staan deze elementen onder druk. Verschillende ruimtelijke opgaven leggen steeds grotere druk op grond in het landelijk gebied, waardoor karakteristieke elementen verdwijnen of versnipperen. Om hierover het gesprek aan te gaan heeft Landschapsbeheer Friesland de methode Met het verleden vooruit’ ontwikkeld. Daarbij wordt gekeken naar de historische inrichting van een gebied en naar de elementen die het landschap vroeger vormgaven. Vanuit die kennis wordt onderzocht hoe deze elementen kunnen bijdragen aan actuele uitdagingen rond natuur, water, klimaat en leefbaarheid. Volgens Mast draagt dit bij aan het enthousiasme onder boeren en particuliere grondeigenaren om hiermee aan de slag te gaan. Wel blijven de vaak complexe subsidieregelingen een belangrijke uitdaging. 

 

 

 

Veelheid aan regelingen maakt uitvoering lastig 

Jetze Genee (Provincie Fryslân) ging vervolgens in op de beleidsmatige kant van groenblauwe dooradering. Hij schetste hoe groenblauwe dooradering bijdraagt aan uiteenlopende maatschappelijke doelen en mede daardoor vanuit verschillende regelingen en budgetten wordt gefinancierd. Die veelheid aan regelingen maakt de uitvoering echter niet eenvoudiger. Initiatiefnemers krijgen te maken met uiteenlopende voorwaarden, administratieve verplichtingen en definities. Daardoor is het niet altijd duidelijk welke maatregelen voor welke regeling in aanmerking komen. Er ligt daarom een belangrijke opgave om financiering eenvoudiger en toegankelijker te maken, zodat beschikbare middelen sneller en effectiever terechtkomen bij de partijen die aan de slag willen met GBDA. 

 

Lessen uit het IMPULS-traject 

Just Blonk (Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel) presenteerde een overzicht van de lessen uit de eerste tranche van het IMPULS-traject Groenblauwe Dooradering. Hierin was het Deltaplan Biodiversiteitsherstel penvoerder voor een collectieve subsidieaanvraag voor het aanleggen van landschapselementen in het landelijk gebied. 

Een van de belangrijkste lessen is dat samenwerking met lokale partijen essentieel is. Agrarische collectieven en landschapsorganisaties beschikken over gebiedskennis, bestaande netwerken en direct contact met grondeigenaren. Daardoor kunnen zij snel schakelen en veel mensen bereiken.

  

Daarnaast bleek het belang van duidelijke kaders groot. Binnen het impulstraject was vooraf vastgelegd welke landschapselementen voor ondersteuning in aanmerking kwamen en welke vergoedingen daarbij hoorden. Die helderheid zorgde ervoor dat deelnemers precies wisten waar zij aan toe waren en maakte de regeling relatief eenvoudig uitvoerbaar.

 

Tegelijkertijd werd duidelijk dat een eenmalige impuls niet voldoende is. Een subsidieregeling kan veel enthousiasme opwekken en nieuwe samenwerkingen in gang zetten, maar zonder structurele financiering dreigt dat enthousiasme weer weg te vallen. Langjarige financiering en duidelijk perspectief zijn daarom essentieel. 

 

De praktijk in het veld 

Na de presentaties volgde een rondleiding over het bedrijf van Pier Jan Boersma, waar de bijeenkomst plaatsvond. 

Boersma liet zien hoe groenblauwe dooradering er in de agrarische praktijk uitziet. Ondanks zijn bewuste keuze voor landschapselementen bestaat momenteel ongeveer 4 à 5 procent van zijn areaal uit groenblauwe dooradering, wat direct duidelijk maakte hoe uitdagend de ambitie van 10 procent in de praktijk kan zijn. Volgens Boersma draait het echter niet alleen om kwantiteit, maar ook om kwaliteit. Verschillende typen landschapselementen vragen specifiek beheer, dat echter tijd en geld kost. Groenblauwe dooradering begint volgens hem bij intrinsieke motivatie, maar moet uiteindelijk ook economisch haalbaar zijn voor ondernemers.

 

Tijdens een rondrit per trekker maakten de deelnemers kennis met verschillende landschapselementen, waarvan een deel dankzij het impulstraject recent is aangelegd. Zo werden de jonge walnootbomen bezocht, die nog maar kort geleden zijn geplant. Boersma vertelde enthousiast hoe deze bomen niet alleen het landschap verrijken, maar op termijn ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de bedrijfsvoering. Daarbij ging hij ook in op de praktische uitdagingen die komen kijken bij de aanleg en het beheer ervan. Ook werd een nieuwe voederhaag bekeken. Deze moet in de toekomst niet alleen beschutting bieden aan het vee, maar ook de biodiversiteit versterken en zorgen voor aanvullende voederproductie. Tot slot stond de groep stil bij een poel die al sinds de tijd van Boersma's vader op het bedrijf aanwezig is en nog altijd een belangrijk leefgebied vormt voor diverse diersoorten. Daarmee laat de poel zien hoe landschapselementen generaties lang van grote waarde kunnen blijven.

 

De rondleiding maakte ook zichtbaar hoe verschillende ruimtelijke opgaven soms kunnen botsen. In het karakteristieke coulissenlandschap van de Noordelijke Friese Wouden zorgt de aanwezigheid van hoogspanningsverbindingen bijvoorbeeld voor open stroken waar, uit veiligheidsoverwegingen, geen beplanting mogelijk is. Met de verdere uitbreiding van het energienetwerk kan deze spanning tussen energietransitie en landschapskwaliteit in de toekomst verder toenemen.

  

asset_image

Reflectie uit het veld 

Tijdens de afsluitende discussie stond de vraag centraal hoe het enthousiasme voor groenblauwe dooradering, dat in regio’s als de Noardlike Fryske Wâlden steeds zichtbaarder wordt, kan worden omgezet in verdere uitvoering. De aanwezigen verkenden hoe samenwerking tussen boeren, landschapsorganisaties, collectieven en overheden verder kan worden versterkt om de aanleg van groenblauwe dooradering op te schalen. 

 

Regelingen die aansluiten bij de praktijk in het veld 

Een belangrijk gespreksonderwerp was de complexiteit van bestaande subsidieregelingen. Hoewel er steeds meer financieringsmogelijkheden beschikbaar komen, ervaren veel initiatiefnemers de administratieve lasten als groot. Deelnemers benadrukten het belang van eenvoudige en goed uitvoerbare regelingen, waarbij uitvoerende partijen al vroeg worden betrokken bij de ontwikkeling ervan. Zij weten immers het beste wat werkt in de praktijk. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met een klankbordgroep. Ook werd gewezen op het nut van vaste aanspreekpunten die ondersteuning kunnen bieden bij het opstellen van projectvoorstellen. 

Ook werd gepleit voor een betere afstemming tussen bestaande regelingen. Dat voorkomt dat initiatiefnemers moeten zoeken tussen verschillende subsidies en zorgt ervoor dat beschikbare middelen effectiever worden ingezet.  

 

Samenwerking als basis voor succes 

De aanwezigen waren het erover eens dat groenblauwe dooradering alleen gerealiseerd kan worden wanneer verschillende partijen intensief samenwerken. Agrarische collectieven spelen daarbij een belangrijke rol doordat zij beschikken over lokale netwerken en kennis van wat er leeft onder boeren. Landschapsorganisaties brengen specialistische kennis in over de aanleg en het beheer van landschapselementen. Juist de combinatie van die verschillende kwaliteiten blijkt in de praktijk succesvol. Daarnaast werd stilgestaan bij het belang van het vroegtijdig betrekken van gemeenten en andere gebiedspartners. Persoonlijke contacten en korte lijnen tussen overheden, collectieven, landschapsorganisaties en grondeigenaren blijken in de praktijk vaak minstens zo belangrijk als formele processen. Wanneer partijen elkaar kennen en weten wie waarvoor verantwoordelijk is, kunnen knelpunten sneller worden opgelost en plannen eenvoudiger van de grond komen. 

 

Opschaling in de praktijk 

De discussie werd afgesloten door een bijdrage vanuit LVVN. Daarin werd aangegeven dat binnen het Rijk steeds nadrukkelijker wordt gekeken hoe groenblauwe dooradering structureel kan worden verankerd in beleid en financiering. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de ervaringen van lokale partijen, omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering in het veld.  

Deze bijeenkomst van de Community of Practice liet daarmee opnieuw zien dat groenblauwe dooradering niet alleen draait om het aanleggen van hagen, poelen of houtwallen. Minstens zo belangrijk zijn de verbindingen tussen boeren, landschapsorganisaties, overheden en andere betrokken partijen. Juist die samenwerking vormt de basis voor een aantrekkelijk, biodivers en toekomstbestendig landelijk gebied. 

 

Meer weten over de Noardlike Fryske Wâlden? Eind mei zond Vroege Vogels een TV-aflevering uit over het gebied.

Bekijk de aflevering hier