Partnerwebinar over biodiversiteitsherstel in de praktijk

Hoe richt je de overgangszones bij Natura 2000-gebieden in? Hoe zorg je voor een gelijkwaardige dialoog tussen alle partijen in zo’n gebiedsproces? Hoe stapelen boeren – die een aanzienlijk deel van de gebieden beheren – in de praktijk beloningen voor hun diensten? En hoe kun je bermen en dijken zo beheren dat ze leefgebied blijven voor veel soorten, en verschillende leefgebieden verbinden?

 

Allemaal concrete vragen over biodiversiteitsherstel in de praktijk die aan bod kwamen tijdens het partnerwebinar van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel op woensdag 23 juni. ‘Biodiversiteit praktisch mogelijk maken’ was het thema waarover de deelnemers in vier deelsessies met elkaar in gesprek gingen. In het plenaire gedeelte dat aan de deelsessies vooraf ging, gaf Louise Vet een update van de uitvoering van het Deltaplan (klik hier voor haar presentatie).  Vervolgen schetsten Kawire Gosselink en Evelien de Olde van Wageningen UR hun visie op de toekomst van ons voedselsysteem.

 

Eten wat de aarde schaft

Kawire en Evelien zijn ‘voedselsysteemdenkers’ bij Wageningen UR. De kaders waarbinnen je een duurzaam voedselsysteem kunt inrichten, zijn volgens hen biodiversiteit, stikstof, fosfaat en klimaat. ‘Eten wat de aarde schaft’ noemen zij dit, en als je daarbinnen een systeem wil organiseren, moet je ook oog hebben voor het sociale aspect: de minimale eisen voor gezonde mensen en dieren.

 

Burgers en boeren

Een voedselsysteem dat binnen deze ecologische en sociale kaders functioneert, moet volgens Kawire en Evelien onderdeel zijn van een circulaire samenleving, die hulpbronnen beschermt en inzet op recycling, energiebesparing en hernieuwbare energie. In die samenleving leven mensen die zich bewust zijn van de oorsprong van hun eten en die voedselverspilling minimaliseren. Boeren zijn in dit voedselsysteem belangrijke schakels die zoveel mogelijk voor de lokale en regionale markt produceren via natuur-inclusieve bedrijfsvoering die hen beloont voor hun diensten.

 

Bodemvriendelijk systeem

Hoe ziet dit er in de praktijk uit? Daarvoor hebben de onderzoekers deze principes toegepast op diverse bodemsoorten en landschappen in Nederland en daar voorbeelden van duurzame voedselsystemen uitgewerkt. Zo zijn de vruchtbare akkergronden van Flevoland geschikt voor een grote diversiteit aan gewassen die via strokenteelt of andere vormen van gemengde teelt groeien. Een bodemvriendelijk systeem, ondersteund door technologie zoals drones en robotica en voorzien van landschapselementen zoals bloeiende akkerranden. Een systeem ook met een link naar het stedelijke achterland waarvoor het produceert via een kringloop dat organisch afval en uitwerpselen hergebruikt en dat consumenten informeert over koken en de herkomst van het eten.

 

Interactie tussen stad en platteland

In de stad zelf is ook kleinschalige voedselproductie mogelijk via vertical farming, moestuintjes of balkontuintjes die met name een educatieve werking hebben. Op de veenweidegebieden van Zuid-Holland zijn voedselsystemen denkbaar met een vergelijkbare interactie tussen stad en platteland. De nattere bodem slaat CO2 op, en is een goed leefgebied voor weidevogels. Lichter rundvee, zoals Jersey koeien, begrazen de veenweides. Net weer een ander systeem zien de voedselsysteemdenkers in het stroomgebied van de IJssel, waar de rivier de ruimte krijgt en rundvee en schapen de uiterwaarden begrazen. Boeren worden beheerders en krijgen daarvoor een vergoeding van de overheid. Hier ook strokenteelt en divers en kleinschalige pluimveehouderij met vrije uitloop.

Bekijk hier de presentatie van Kawire en Evlien en lees hier meer over 'de roots van ons Nederlandse voedselsysteem'.

 

Weerstand overwinnen

Na deze toekomstvisie volgden interactieve deelsessies waarbij deelnemers met elkaar in gesprek gaan over vier thema’s die allemaal betrekking hebben op de praktijk van gebiedsgerichte samenwerking om de biodiversiteit te herstellen. Erik Back, voorzitter van de bestuurlijke adviescommissie Engbertsdijkvenen deelde de praktijkervaring met het inrichten van overgangszones tussen landbouw en natuur bij Natura 2000-gebieden. Na veel weerstand, met name vanuit de boeren, is hier een constructieve samenwerking tot stand gekomen waarvoor boeren zichzelf spontaan aanmeldden. Nu heeft de Provincie Overijssel de maatregel van onteigening als stok achter de deur, maar de ervaring leert dat deze maatregel in combinatie met een goed systeem van schadeloosstelling bij onteigening of het nemen van ingrijpende maatregelen zoals vernatting van de bodem helpt om deze noodzakelijke maatregelen door te zetten.

Klik hier voor de deelsessie over het creëren van overgangszones tussen natuur en landbouw.

 

Sociale context

Zulke maatregelen zijn niet in ieders belang. Zo is vernatting van de bodem meestal geen goed nieuws voor boeren. Zij kunnen wel financieel worden gecompenseerd, maar in de sociale context van de gesprekken die hieraan vooraf gaan, is het belangrijk dat alle deelnemers dit verlies erkennen. Roelof Westerhof, adviseur duurzaam landgebruik bij ORG-ID, herkent dit in de praktijk. Een gelijkwaardige dialoog in gebiedsprocessen is keihard werken, weet hij uit ervaring. Herken en erken de emoties en kies het beste moment voor overleg. Dus niet in de drukke periode voor boeren. Naast directe compensatie is het ook mogelijk om in samenspraak met alle betrokkenen te bekijken wat er mogelijk is om mensen die een verlies moeten incasseren ook op andere terreinen te ondersteunen.

Klik hier voor de deelsessie over een gelijkwaardige dialoog in gebiedsprocessen.
Klik hier voor de presentatie van Roelof Westerhof

 

Beloningen stapelen

Om dit meetbaar en beheersbaar te maken, is een praktisch systeem van stapeling van beloningen voor boeren die biodivers werken noodzakelijk. Binnen de derde deelsessie werd een toelichting gegeven door Hans de Haan van LandvanWaarde en agrarisch ondernemer Ellis Lughtenberg. De stelling was ‘de optelsom van beloningen maakt het succes van natuurherstel’. Voor het herstel van biodiversiteit is het van belang dat mensen vanuit verschillende belangen en specialismen met elkaar in gesprek gaan en het eens moeten worden over soms ingrijpende beslissingen. Bundeling van deze partijen die gebruik maken van dezelfde basis van monitoring (de Biodiversiteitsmonitor) geeft kracht. Vanuit de agrarische sector is de wil om deze stap te gaan zetten aanwezig. De continuïteit voor het verdienvermogen en het perspectief zijn hierin belangrijk, evenals de sociale context. Dit vereist ook een gebiedsgerichte aanpak, elk gebied heeft zijn eigen specifieke uitdagingen. De integrale aanpak gebaseerd op meerdere thema’s geeft ook mogelijkheden voor koppelkansen.

Deze deelsessie is door een technisch probleem helaas niet opgenomen.
Klik hier voor de presentatie van Hans de Haan

 

Ecologisch beheer van bermen en dijken

Dat ook de uitvoerders in deze ontwikkeling moeten worden meegenomen weet Albert Vliegenthart, ecoloog bij de Vlinderstichting, dat met Kleurkeur een nieuwe standaard wil zetten voor ecologisch bermbeheer. Bermen zijn van levensbelang voor vele soorten insecten en daarmee ook voor het herstel van biodiversiteit. Bermen maken volgens Vliegenthart zo’n 8% uit van de openbare ruimte en zijn – naast habitat – ook belangrijke verbinders van diverse leefgebieden. Dat geldt ook voor wegbermen en dijklichamen, waar een wereld is te winnen in ecologisch bermbeheer. Dat is het belang van Kleurkeur, dat voorziet in een beheerplan dat opdrachtgever en -nemer samen uitwerken en dat gefaseerd maaien, een verbod op het funeste klepelen en flexibiliteit om in te spelen op seizoenen als basis heeft. Voor uitvoerders is het enorm wennen om delen ongemaaid te laten als onderdeel van het plan, vandaar dat de Vlinderstichting blij is dat de belangstelling voor de cursus Kleurkeur enorm groeit.

Klik hier voor de deelsessie ecologisch bermbeheer.
Klik hier voor de presentatie van Albert Vliegenthart

 

Wilt u het hele webinar terugzien? Bekijk dan onderstaande video.